Tweede dag v.d. “Monologen 1” cursus

Vandaag was de 2e – en laatste – cursusdag van de Monologen 1 cursus waar ik vorige week al over schreef.
Net als vorige week waren we met vijf cursisten. Alleen was één van de cursisten van vorige week er nu niet bij, terwijl er één die er vorige week niet bij was dat nu wél was. Zij pakte het echter allemaal heel snel op, dus eigenlijk hebben we er in het proces niet eens heel erg veel van gemerkt.

Ik had eigenlijk verwacht dat na vorige week, we nu toch wel redelijk snel op de ‘definitieve versie’ van onze monoloog uit zouden gaan komen. Boy was I wrong! Geloofwaardig acteren blijkt namelijk heel hard werken te zijn!
Waar ik bij theatersport in het spel me nog kan ‘verschuilen’ achter de vorm, werkt dat bij een monoloog nou juist niet. Je monoloog wordt dan namelijk een kunstje, een script wat je als het ware afwerkt. Dat lijkt handig, en is op zich ook best aantrekkelijk om naar te kijken. Maar… als kijker voel en zie je gewoon dat degene die de monoloog doet, zijn tekst aan het uitbeelden is, in plaats van de essentie van de monoloog te voelen.

Dat verschil is soms best subtiel, en om te spelen daarom ook heel lastig. Al helemaal wanneer je de monoloog meerdere keren uit moet voeren. Je moet er daarbij voor zorgen dat je iedere keer de tekst ‘vers’ en fris neerzet, en niet uit je geheugen de eerdere (succesvolle) uitvoering van de monoloog gaat herhalen. Want dan verlies je de echtheid. Je voelt je dan bijvoorbeeld niet meer echt boos, maar spéélt boos.
In de manier waarop je de tekst uitspeelt, zie je dit verschil ook meteen terug. Als het goed is, volgt de tekst namelijk uit wat je voelt, uit wat er door je heen gaat, uit wat je hiervoor gezegd hebt, en uit wat er op dat moment met je gebeurt. Dát is leidend, en niet de woorden van de tekst. Als je het goed doet, volgt je mimiek, je timing, de plaatsing van ieder woord, daar als het ware vanzelf uit. Ga je de tekst uit je hoofd spelen, dan wordt hij al snel tam, vaak ook te gehaast, en je voelt ook als speler dat je aan het dénken bent wat je nu moet gaan zeggen & hoe je nu moet bewegen, in plaats van dat het als vanzelf eruit komt.
En dat is dus lastig om de hele monoloog vol te houden, en ook over meerdere rondes heen vol te houden. Zoals de docente vaak benadrukte: feitelijk moet iedere nieuwe uitvoering opnieuw gevoeld worden, en moet je alle eerdere spelaanwijzingen bij de start ‘vergeten’ (lees: loslaten) en spelen op je gevoel van dat moment.

Al met al was de cursus heel erg leuk om te doen, en ook heel erg leerzaam.
Het is een totaal andere manier van spelen dan theatersport/improvisatie theater. Daar leidt vaak de vorm heel sterk, en is de tekst meestal slechts een hulpmiddel. Emoties en manier van spelen zijn vaak ook vrij willekeurig: je kan dezelfde tekst makkelijk op heel verschillende manieren neerzetten, zonder dat het een probleem is dat je daarbij vooral speelt en niet zozeer de tekst voelt & uit jou als speler en als persoon laat komen.
Het heeft me als speler een goede spiegel voorgehouden, van hoe snel je je achter ‘maniertjes’, veel beweging, en dergelijke verschuilt. Oppervlakkig komt dat allemaal heel overtuigend over, maar het is feitelijk – om het Goede Doel te quoten – een pakketje schroot met een dun laagje chroom. Niets mis mee wanneer je theatersport speelt, maar ook een vrij makkelijke manier om je er vanaf te maken.
En het heeft me als persoon ook een spiegel voorgehouden. Want verschuilen achter die ‘maniertjes’ is ook een manier om het niet persoonlijk te hoeven voelen. Om niets, of heel weinig, van jezelf in je spel te laten zien. En het is een manier van werken die vaak ook heel erg gericht is op neerzetten van wat jij denkt dat het publiek wil zien. Versus een tekst als een monoloog uitvoeren zoals jij hem voelt, waarbij je niet bezig bent met wat het publiek daar van vindt. Want dat is niet jouw verantwoordelijkheid. En dat is iets waar ik – zeker op persoonlijk vlak – heel veel van kan leren…!