Mise-en-scène: veel zeggen zonder iets te zeggen

Mise-en-scène gaat (bij impro) over het podiumbeeld, lichaamshouding, mimiek, licht, en mogelijk attributen. Het is een speldimensie waar meer dan eens te weinig gebruik van gemaakt wordt. Eens kijken of we daar wat aan kunnen veranderen…!

Weg van de talking heads

Wat je bij improvisatietheater regelmatig als beeld ziet, zijn twee spelers die vlak naast elkaar staan, en met elkaar aan het praten zijn. En dan ook vaak: bijna alléén maar aan het praten zijn. Misschien interessant om naar te luisteren, maar niet echt om naar te kijken! En dit is precies waar mise-en-scène om de hoek komt kijken.

Manieren waarop je het in kan zetten, zijn onder meer:

  • Belichting:

    Welk licht je gebruikt, kan heel veel toevoegen aan de scène. Speel maar eens dezelfde (alledaagse) scène onder rood licht, blauw licht, met wit vloedlicht, of onder een (enkel) spotlicht. Je zal zien dat je de scène totaal anders ervaart, en de kans is ook groot dat je als speler ook – bewust of onbewust – anders zal gaan spelen. Het is niet voor niets dat de licht-technicus vaak een extra speler genoemd wordt;

  • Lichaamshouding:

    Drama door mise-en-scèneDenk hierbij aan variëren met of je staat, zit, hangt, hurkt, ligt, en dergelijke. Maar het kan ook erin zitten of je een open of gesloten lichaamshouding hebt.
    Bijna ongeacht wat je speelt, zou je als improspeler een alarmbelletje moeten hebben wat afgaat als je langer dan (zeg) 10 seconden in dezelfde houding staat. Veel handelen is een manier om dit te voorkomen. Echt binnen laten komen van wat er gebeurt & gezegd wordt werkt ook, omdat de kans groot is dat je daar (onbewust) je fysiek op aanpast;

  • Podiumbeeld:

    Denk hierbij aan waar je je als speler op het podium bevindt, c.q. hoe spelers ten opzichte van elkaar op het podium staan. Speel wederom dezelfde (dagelijkse) scène maar eens terwijl je vlakbij elkaar staat, je ver uit elkaar staat, je elkaar aankijkt of juist niet, je dichtbij of ver weg van het publiek staat, e.d.. Allemaal variaties die een (grote) invloed hebben op hoe je de scène ervaart.
    Soms kunnen attributen je hierbij helpen, zoals van die grote houten (vaak zwarte) kubussen, of stoelen;

Laat het zien i.p.v. het te zeggen

Bij mijn trainingen komt mise-en-scène regelmatig voorbij. Vaak in de context van werken met emoties, fysiek spel, en/of (veel) minder praten. Want je kan met de mise-en-scène, c.q. een verandering daarin, soms in een paar seconden zoveel duidelijk maken: daar kan geen lange dialoog tegenop!

Kijk, als het karakter van je medespeler iets naars tegen jouw karakter zegt, dan kán je daarover uitgebreid, naast elkaar staand, in discussie gaan. Veel sterker werkt het waarschijnlijk, wanneer jouw karakter dan woordeloos een heel stuk van het andere karakter vandaan gaat staan, misschien wel met de rug naar hem/haar toegedraaid. Als je dán zegt Hoe durf je!, dan komt dat veel meer aan. En je kan het eventueel nog een tandje melodramatischer maken, door die tekst met het gezicht richting het publiek (en niet richting dat andere karakter) uit te spreken.

Voelt en oogt dat soapy? Ja… maar het wérkt wel! En een soapy invalshoek is heel toegankelijke manier om aan mise-en-scène te werken. Dus gooi maar dramatisch je handen in de lucht, en kijk maar dramatisch in die denkbeeldige camera. En als dat goed gaat, is het een kwestie van de intensiteitsknop een slag(je) terugdraaien, en voilá: je kan het (ook) inzetten in ‘gewone’ / geloofwaardige scènes.
Standaard een beetje overacteren met je podiumbeeld is (wat mij betreft) een prima uitgangspunt: dat maakt het geheel lekker theatraal, en zorgt dat emoties & intenties ook goed overkomen bij de mensen die wat verder weg van het podium zitten. En: de kans is groot dat het je spel ook (bijna vanzelf) verbreedt en verdiept – en wie wil dat nou niet…?! :-)

Wil je graag trainen op gebruik van mise-en-scène, en zaken die daarmee te maken hebben? Ik kom er graag een training over verzorgen.