Tussen de regels door (leren) spelen

Impro spelers willen tijdens het spelen zo min mogelijk ‘in het hoofd’ zitten. Komen ze daar tóch in te zitten, dan gaan ze vaak praten. Héél veel praten. Iets waar meestal niemand echt blij van wordt… Wat zou er gebeuren als de tekst van een scène al bekend is: kunnen spelers dan uit hun hoofd blijven & volledig in de scène komen?
In mijn trainingen zet ik vaak een oefening in die precies hierom draait. Een oefening die eenvoudig is om uit te leggen, maar meer dan eens een stuk minder simpel blijkt om te doen. Maar goed: daar is het dan ook een trainingsoefening voor ;-)

Hoe langer, hoe beter?

Hoe werkt de oefening? Laat 2 spelers een scène spelen van exact 30 seconden. Vraag ze om ervoor te zorgen dat ze daarin liefst allebei een paar regels tekst hebben. Tekst die ze goed moeten kunnen onthouden.
Als input voor de scène mag door de spelers vrijwel alles gevraagd worden. Een relatie of niet-triviaal probleem werken vaak het beste, maar ik laat de spelers altijd zélf onderzoeken wat (voor hen) wel/niet fijn werkt (dat is meteen weer een extra leerpuntje!).

SmekenNadat ze deze basisscène gespeeld hebben, laat je dezelfde spelers nóg een keer een scène spelen. Deze duurt 2x zo lang (dus 1 minuut). De enige tekst die ze daarin mogen gebruiken, is de exacte tekst die ze in de 1e ronde uitgesproken hebben.
Ze mogen zelf bepalen hoe ze de nieuwe speelruimte/tijd gaan invullen. En eventueel mag er zelfs voor een andere setting of personages gekozen worden (al blijven ze wel altijd met z’n tweeën spelen). Zolang ze zich maar aan de tijdslimiet & de tekst houden.

Datzelfde doe je daarna nog 1x, maar nu met een (wederom verdubbelde) tijdsduur van 2 minuten. Zeker bij deze ronde zijn mooie stiltes, dingen aan laten komen, en fysiek spel, heel krachtige manieren om de speeltijd te vullen zónder dat de scène aan kracht inboet.

Feedback, Rinse, Repeat

Na de drie rondes vraag ik altijd als eerste aan de spelers: Hoe ging het? (een bewust open vraag). Was de extra tijd van ronde 2 en 3 een welkom iets, of eerder een hindernis? Kon er makkelijk spel ingezet worden om de tijd ‘vol’ te krijgen, of was het zoeken? En: welke van de 3 rondes vond men het makkelijkst & welke het moeilijkst? En waar zat hem dat specifiek in?
Daarna vraag ik aan de kijkers hoe het was om naar te kijken: welke van de 3 scènes vond men het beste (en waar zat hem dat concreet in)? Zag men nieuw/ander spel bij de spelers (en hoe was dat om naar te kijken)?

Deze feedback van zowel spelers als publiek is een onmisbaar onderdeel van de oefening. Want meer dan eens is de beleving van de spelers totaal anders dan die van het publiek. Een speler heeft dan bijvoorbeeld het gevoel in de 3e ronde maar wat te hebben gedaan, terwijl het publiek hem juist mooi ingetogen & geloofwaardig vond spelen.
Spelers krijgen op deze manier ook concrete feedback over wat werkte in de scènes (en evt. ook feedback over wat er minder goed werkte). Feedback die door de spelers van volgende rondes van deze oefening meteen toegepast kan worden..!

Boeiend én leerzaam

Het mooie van deze oefening (vind ik) is dat hij zowel leerzaam is voor de 2 spelers van een scène, alsook voor de kijkers. Beide kunnen namelijk veel leren van wat ze ervaren, resp. van wat ze zien. Ze merken – en vaak al heel snel – wat er werkt & wat niet. Wat goede manieren zijn om met heel weinig (een paar regels tekst) heel veel te doen. En meer!

Ongemakkelijke StilteEn ja: dat vraagt heel vaak van spelers dat ze hun vertrouwde spelpatronen loslaten. Zeker spelers die graag veel praten & spelers die niet veel fysiek spel inzetten (en meer dan eens overlappen die 2 groepen!), kunnen behoorlijk met deze oefening worstelen. Maar ze kunnen (daarmee) ook veel nieuwe spelmogelijkheden ontdekken.

Vaak valt er ook nog iets groters op. Namelijk dat ronde 1 een typische trainingsscène is (snel qua tempo & vaak zonder een heldere focus). Dat ronde 2 vaak is hoe spelers typisch spelen bij een voorstelling (o.a. door te leunen op hun standaardspel). En dat ronde 3 voor de meeste spelers het verst buiten de comfort zone ligt – en daardoor vaak de meeste interessante is.

Side-coaching / Tips

  • Hanteer de speeltijd (van resp. 30, 60, en 120 seconden) als de exacte speeltijd. Spelers mogen dus niet eerder stoppen dan dat die tijd om is, maar krijgen ook geen seconde meer. (Geef daarom tijdens de oefening – op een subtiele manier – af en toe aan hoeveel tijd ze nog hebben.)
    Met name bij de 120 seconden-ronde hebben spelers de neiging om eerder te gaan stoppen. Vaak is dat omdat ze geen idee meer hebben wat te doen met de scène. Het is juist dán belangrijk om ze aan de exacte speeltijd te houden, want dit is het moment waarop ze nieuwe dingen (kunnen) gaan leren!
  • Hou de spelers tijdens de 2e en 3e ronde ook écht aan hun tekst uit de basisscène. Vaak gaan ze toch woordjes of korte zinnetjes toevoegen. Want anders is het zo moeilijk, en hoe moeten we deze tijd anders volkrijgen?. Meestal zijn dat uitvluchten om de oefening niet aan te hoeven gaan. Hou ze daarom toch aan de tekst, want zo leren ze het meeste ervan. En het ‘muntje’ van de oefening valt bij de (meeste) spelers uiteindelijk vanzelf wel;
  • Spelers gaan vaak bijna wanhopig op zoek naar manieren om de extra tijd te vullen. Laat ze zelf ontdekken, of geef het (na een tijd) als tip, dat rust nemen, goed incasseren, en blijven handelen, vaak al meer dan voldoende zijn om dit doel te bereiken;
  • Een specifieke tip voor de 1e ronde, is om deze met een late in te laten beginnen: dus om meteen middenin een al lopend verhaal te starten. Je kan de 2e en 3e ronde dan mooi gebruiken om in te vullen wat er voor & na die halve minuut gebeurd is. En om te laten zien wie (en waar) de 2 spelers/karakters zijn;
  • Na een aantal keren, kan je eventueel bij de 3e ronde de 2 minuten alleen nog maar als minimale speeltijd hanteren. En kijken wat dat doet met zaken als het spel van de spelers, de uiteindelijke speeltijd, en hoe de scène (nu) afgerond wordt;
Wil je met je team trainen op koortjes en/of andere vormen van muzikale improvisatie?
Schakel me in voor een training!