’t Plenkske: theater op de vierkante centimeter

Bij de game ’t Plenkske ga je met vier spelers maximaal spel neerzetten op een minimale fysieke ruimte. Dat levert vaak veel gemanouvreer & gefriemel op, maar ook vaak erg amusant spel!

Voor het spelen van deze game heb je iets nodig waarmee je het speeloppervlak kan aangeven. Zoals een stuk hout, maar een uitgevouwen krant voldoet ook prima. Nog beter is bovenop zo’n houten speelkubus gaan staan: dan ben je beter te zien & kan je ook niet valsspelen door af en toe net naast het speelvlak even steun te zoeken met je voet.
Maak hoe dan ook het speeloppervlak niet te groot, omdat anders de prikkel te klein wordt om veel te bewegen. De ervaring leert dat je het oppervlak al snel te groot inschat, dus test het wellicht even uit voor je gaat spelen.

Hoe werkt de game?

Bij de game gaan vier spelers samen een verhaal vertellen. Op ieder moment is 1 van de 4 spelers de actieve verteller van dit verhaal. De game lijkt dus veel op de Bankje game, alleen heb je hier 1 verhaal en 4 vertellers.
Voordat het verhaal begint, gaan de spelers op het afgemeten speeloppervlak staan. Ga daarbij zo staan dat je min of meer in een vierkantje staat, en stabiel genoeg om te kunnen spelen zonder om te vallen. Je mag je natuurlijk altijd aan een medespeler vasthouden.

Eén speler begint nu te vertellen. Het makkelijkst is om met een speler te beginnen die vooraan staat. De andere spelers omlijsten nu het vertelde verhaal met bewegingen en geluiden. Eventueel kunnen de achtergrondspelers (dat zijn alle spelers minus de verteller) ook wel een keer kort stemmetjes doen, maar zorg dat de focus zoveel mogelijk op de verteller blijft, resp. dat er op ieder moment één speler is die duidelijk de focus heeft.

Als een verteller een tijdje aan het woord geweest is, neemt een andere speler het vertellen van het verhaal over. Dat kan aangegeven zijn doordat de huidige verteller stilgevallen is (dus de hint gegeven heeft: ik ben klaar, kan iemand anders het overnemen?). Maar dat kan ook gebeuren doordat een andere speler nadrukkelijk het verhaal overneemt op een bepaald woord of stukje zin van de huidige verteller (net zoals bij het Bankje). De nieuwe verteller zorgt nu, voor zover dat niet al het geval was, dat hij op de voorgrond komt. Dat zorgt meestal voor het nodige friemelen & om elkaar heen wurmen, maar dat is juist de fun van deze game. Zorg als verteller wel dat je gewoon door blijft vertellen terwijl je je naar voren werkt – alsof er helemaal niets aan de hand is!

Zo wordt het verhaal verteld. Het vertellen van het verhaal is daarbij het belangrijkste: het uitbeelden is daaraan ondergeschikt. Als het uitbeelden de overhand krijgt, zal het verhaal namelijk al snel stilvallen. Zorg dat er vaak van verteller gewisseld wordt, en probeer om het verhaal niet teveel uit te laten lopen (hou de basis klein en simpel!). Probeer om tot een duidelijk einde te komen, bijvoorbeeld een freeze in een mooie gezamenlijke houding.

Tips

  • Blijf – met name als achtergrondspelers – bewegen. Dat maakt de game visueel heel interessant. Weet je als achtergrondspeler even niet wat je moet uitbeelden? Kopieer dan de bewegingen van anderen;
  • Probeer als achtergrond een mooie mix te vinden tussen met z’n drieën hetzelfde uitbeelden, en bewust niet allemaal hetzelfde uitbeelden. Als bijvoorbeeld de verteller het over een bos heeft, kun je allemaal samen een boom uitbeelden (met grote takken, en zo), maar je kan ook 1 speler hebben die een boom uitbeeldt, terwijl de ander een vogeltje uitbeeldt, enzovoorts;
  • Je kan als achtergrondspeler ook aangeven dat je verteller wil worden door heel nadrukkelijk je naar voren te wurmen/bewegen. Duik maar ineens onder de arm van de huidige verteller naar voren: dan is wel duidelijk dat jij verder wilt vertellen!
  • Let als verteller goed op of andere spelers over willen pakken, bijvoorbeeld doordat ze een stukje van jouw tekst herhalen, of doordat ze zich nadrukkelijk naar de voorgrond bewegen. Hoe vloeiender het overpakken gaat, hoe meer punten je scoort bij het publiek!
  • Zorg dat je als verteller in een rustig tempo vertelt, zodat andere spelers ook de kans krijgen om over te pakken. Durf ook een stilte te laten vallen, en vertrouw erop dat één van de andere spelers dan vanzelf wel overneemt;
  • Zorg, als verteller, dat je een zo beeldend en bloemrijk mogelijk verhaalt vertelt. Dat geeft de achtergrondspelers het meeste materiaal om uit te beelden/mee te werken. Gebruik al je zintuigen in het verhaal.
Wil je met je team aan meer van dit soort spelvormen werken? Schakel me in voor een training!

Geef een reactie