“Twan… de Bourgondische… autocoureur!”

Met een duidelijk karakter of typetje kan je een Theatersport scène een vliegende start geven. Deze lekker maffe & verrassende warming-up / karakter-oefening helpt je daarbij!

Drie ingrediënten, één karakter

Zet iedereen in een kring. Wijs een startspeler aan: dat wordt speler 1. Met de klok mee worden de volgende drie spelers nu resp. speler 2, 3 en 4.

Speler 1 kiest nu een willekeurige voornaam. Speler 2 kiest een willekeurig bijvoeglijk naamwoord. En speler 3 kiest een willekeurig beroep. Géén van de 3 spelers maakt z’n keuze (nu al) hardop bekend. Zo hou je het nog even spannend, en kunnen de drie spelers elkaar onderling met hun keuzes niet beïnvloeden.
(Dubbelcheck nu of speler 1 t/m 3 een keuze gemaakt hebben.)
Laat ze dan na elkaar hun keuze hardop bekend maken. Dat leidt dan bijvoorbeeld tot “Twan… de Bourgondische… autocoureur!“, “Jean-Pierre… de zorgzame… bouwvakker!“, of “Pieternel… de perfectionistische… kleuterleidster!” :-)

Speler 4 herhaalt nu hardop nog 1 keer deze input. Terwijl hij dat doet, begint hij al meteen het karakter een fysieke vorm te geven.
Vrijwel meteen daarna zet speler 4 zijn karakter ook in een paar zinnen/mini-monoloog zo goed mogelijk neer. Inclusief bijpassende mimiek en stem/spraak. Zodat je een volledig personage krijgt.
Liefst wordt door de mini-monoloog ook duidelijk wat de relatie is tussen het beroep & het bijvoeglijke naamwoord. Respectievelijk: hoe dat tot uiting komt in (het leven van) dit karakter. Omdat de keuzes van speler 1 t/m 3 vrijwel nooit logisch bij elkaar passen, kom je zo al snel op heel bijzondere typetjes uit..!

Daarna schuift de startspeler één positie (met de klok mee) op: dus speler 2 wordt de nieuwe speler 1, speler 3 wordt de nieuwe speler 2, enzovoorts.
Ga zo de kring rond totdat iedereen minstens één keer op positie 1 t/m 4 gestaan heeft.

Tips & extra mogelijkheden

  • De gekozen voornaam is méér dan alleen maar een naam:

    Bij een bouwvakker die Piet heet, stel je je toch een heel andere persoon voor dan wanneer die bouwvakker Jean-Pierre of Greta heet :-)

  • Hou het simpel / Kies één ding:

    Kies als speler 4 liefst één enkel ding waarop je de fysiek van je typetje baseert. En kies ook bij voorkeur één enkel ding om in je mini-monoloog aan te stippen. Dat geeft een lekker duidelijke focus. En houdt het geheel ook goed te overzien;

  • Doe eens gek!

    Ga als speler 1 t/m 3 op zoek naar lekker creatieve invullingen voor je input. Wat is nou een voornaam die je niet vaak hoort? Of welk beroep wordt maar zelden bij een wedstrijd als input geroepen??

  • Start ook écht meteen met de mini-monoloog:

    Daag jezelf als speler 4 uit door (vrijwel) meteen te beginnen met je monoloog. Geen ‘vals spelen’ door eerst even een opvulzinnetje te doen, maar meteen bam! starten. Durf jezelf te verrassen. En durf te falen ^_^

  • Ga ervoor!

    Als speler 4 krijg je meer dan eens input aangereikt waarbij je je afvraagt wat moet ik dáár nou mee?. Maar daardoor laat jij je natuurlijk niet uit het veld slaan: dat is toch waarom je impro speelt? ;-) Dus gá er helemaal voor. En straal naar je teamies uit dat jij voor geen enkel gat te vangen bent!

Dit is een fijne oefening om snel heel uiteenlopende karakters te genereren: even lekker uit je hoofd & in je lijf.
Eventueel kan je de karakters ook nog gebruiken om korte scènes te spelen. Zodat spelers de kans krijgen om karakters nog meer uit te werken & tot leven te laten komen!

Wil je met je team trainen op karakters en typetjes? Of werken aan andere impro spelverdieping?
Schakel me in voor een training!