’t Begint allemaal bij de basis…

Komende dinsdag is de tweede les van de basiscursus Theatersport die ik aan een groep van 13 collega’s mag geven. Vandaag heb ik de laatste punten toegevoegd aan de opzet daarvan. En nu zit er een mooie strik omheen, en kom ik er niet meer aan tot ik hem op dinsdagavond voor de groep uitpak :-)

Ik heb natuurlijk pas één les aan deze groep gegeven, maar merk nu al hoe fijn het is om te doen.
Wat ikzelf bijvoorbeeld altijd fijn vind om te zien, is de ongefilterdheid van het spel. Vaak gekoppeld aan een prettige vorm van jonge honden-energie. Juist doordát ze nog bijna niets of niet veel van als ervaren speler filter je toch vaak in je spel behoorlijk veel (“Dat is vast niet origineel…” “Past dit wel helemaal goed in de lopende verhaallijn?” etc.). theatersport afweten, spelen ze heel vrijuit: HmmmNiet dat enige vorm van filtering in je spel niet goed is, maar de neiging is vaak groot om teveel te analyseren & te weinig te spélen. Dus als je dan een beginnende groep lekker vrij over het speelvlak ziet stuiteren, dan houd je dat toch stiekem wel een spiegel voor. Eentje waar je als het goed is dan ook wel weer erg hard om kan lachen ;-)
Ook heel fijn (en dit is zeker geen hint voor ervaren groepen waar ik trainingen bij geef!): de groep luistert nog heel goed naar je. Ervaren spelers zijn nou eenmaal vaak behoorlijk, ehm, eigenwijs… (toch? ik in ieder geval wel!).

Je ziet tijdens een eerste les ook dat de deelnemers nog best zenuwachtig zijn, en je ziet ze (daarom) met allerlei dingen worstelen. Maar dat hoort ook gewoon bij het proces van zo’n cursus volgen en van iets nieuws leren.
Wat mij veel voldoening geeft, is dat je óók ziet dat ze uit zichzelf allerlei dingen ontdekken. En dat ook toepassen, zodat het een volgende keer alweer een stapje beter gaat. Ik zie ook dat ze het van de ene kant heel spannend en ‘eng’ vinden, maar er toch/ook heel veel plezier aan beleven.
paarse bloemAls docent probeer ik er daarbij voor te zorgen dat ze m.b.v. een goede opwarming en de juiste oefeningen, de games & scènes succesvol neer kunnen zetten. Want ik wil ze helpen waar dat maar kan, maar weet tegelijkertijd ook dat ze ’t meeste leren wanneer dingen (nog) niet helemaal goed gaan. En ik weet dat ik ze heel veel kan aanreiken, maar dat iedere cursist uiteindelijk zelf bepaalt hoeveel – en vooral ook wát – hij daarvan overneemt en toepast. Ik geef water & voeding, maar het plantje bepaalt uiteindelijk zelf of het groeien wil (zó: heb ik eindelijk mijn bruggetje gemaakt naar de foto ;-) )
Meer dan eens merk ik bij trainingen dan ook – hoe ontnuchterend dat soms ook is – dat ‘niets’ doen (door mij als docent) soms nog de beste manier voor een groep is om iets te ontdekken & te leren!

Les 2 van komende dinsdag is voor sommigen les 1, want er gaan een paar mensen meedoen die er de eerste les niet bij konden zijn. Ik geef hen uiteraard dezelfde prettige instap als de rest van de groep tijdens les 1 gehad heeft. Maar… les 2 wordt óók de eerste ‘echte’ les: waar vorige week nog vooral draaide rond kennismaken en een beetje snuffelen aan improviseren, gaan we deze week met de eerste theorie beginnen. We gaan het belang & de werking van een duidelijke ‘Wie-Wat-Waar’ ontdekken. En hoe je die goed (en snel) neer kan zetten. Ik ben benieuwd hoe dat gaat lopen!