De speelvorm De Kunsttentoonstelling laat heel visueel zien hoe je bij impro op creatieve dingen uit kan komen die je van tevoren nooit zo had kunnen bedenken. En het levert nog eens interessante kunst op ook :-)
Hoe werkt het?
Bij deze game leidt een ‘gids’ 1 tot 2 ‘bezoekers’ rond langs een aantal bijzondere ’tentoonstellingen’ die in een musuem te zien zijn. Welke tentoonstellingen dat zijn & hoe die eruit zien, is voor alle betrokkenen een verrassing ;)
Je hebt 1 speler nodig die de gids (resp. suppoost of explicateur) wordt. Daarnaast heb je 1 of 2 spelers nodig die museum bezoekers worden. En een (grote) groep spelers die de kunst(werken) gaan neerzetten/uitbeelden: dat kunnen (bij Theatersport) spelers van het andere team zijn, maar ook gewillige mensen uit het publiek.
De gids en de bezoekers gaan een aantal ’tentoonstellingen’ bezoeken. Voordat ze bij iedere tentoonstelling aankomen, gaan zij even de gang op. Dit geeft de uitbeeldende spelers (of de presentator) de tijd om input aan het publiek te vragen, en daarna in een daarbij passende, creatieve (en bevroren) opstelling te gaan staan. Meestal is 10-15 seconden een prima tijdsduur hiervoor.
Daarna komen de gids en bezoekers binnen bij de tentoonstelling. De gids geeft uitleg bij wat er allemaal te zien is, wat het betekent, in welke kunststroming het past, etcetera. De bezoekers kunnen dingen aanwijzen waar ze meer over willen weten, vragen stellen, e.d.
De bezoeker-spelers werken zo samen met de gids-speler om leuke details naar voren te halen, en interessante/grappige/kunstige dingen bij de kunst te kunnen vertellen (maar verpakken het richting het publiek alsof ze ‘domme’ vragen stellen).
Het bezoek van de tentoonstelling duurt max. 1 minuut. Daarna kondigt de gids aan dat we naar de volgende zaal (lees: tentoonstelling) gaan, en herhaalt zich het proces.
Zo worden er ca. 3 tot 4 tentoonstellingen bezocht. Op het einde bedankt de gids de bezoekers voor hun bezoek, en/of bedanken de bezoekers de gids voor de interessante rondleiding, en eindigt de game.
Tips & variaties
- Hou als gids en bezoekers een duidelijke focus op de kunstwerken: over de gids en de bezoekers hoeven we niet echt iets te weten te komen;
- Durf als gids en bezoekers ook wat stiltes/rustmomenten te laten vallen, bijv. omdat je even helemaal van de kunst wilt genieten. Zo voorkom je dat het geheel te tekst-heavy wordt;
De spelers in de kunstwerken kunnen soms menselijke figuren uitbeelden, maar door ze – als gids/bezoekers – ook te zien als iets anders, schep je veel meer mogelijkheden;- Zorg als uitbeeldende spelers voor lekker veel variatie in je uitbeelding. Maak gebruik van het hele speelvlak, van attributen (bijv. stoelen), van hoog/laag, etc. En je kan natuurlijk ook variëren in hoeveel kunstwerken je voor een tentoonstelling neerzet.
- De input die je aan het publiek vraagt, kan je volop variëren. Vraag bijv. om een specifieke (niet-bestaande) kunststroming, om een thema/titel/inspiratiewoord, om een type kunst (bijv. beeldhouwkunst, video-kunst, of een zaalvullende experience);
- Variatie: je kan ook de gids bij het verlaten van de zaal de input voor de volgende tentoonstelling laten roepen: De volgende zaal is een multi-mediale belevenis, De volgende tentoonstelling is heel abstract en experimenteel – die moet u gewoon op u in laten werken!, etc. Zorg als gids dat deze input inspirerend/prikkelend is, maar niet té specifiek of uitdagend;
- Variatie: je kan deze vorm ook prima bij een training als oefening inzetten, om te werken aan ensemble werk, associëren, en creatief vertellen;