Een woord, is een woord, is een woord …

Op basis van één woord, gaan in deze game 3 paren spelers drie heel verschillende scènes spelen. Dat levert al snel creatieve, ongewone, komische, en meestal ook behoorlijk absurde dingen op!

Hoe werkt het?

Zet bij deze game de 3 groepjes naast elkaar op het speelvlak. En wel zodanig dat elk paar ongeveer 1/3e van dat speelvlak tot z’n beschikking heeft.
Vraag vervolgens aan het publiek als input één enkel woord. Dat kan in principe ieder woord zijn – je ontdekt vanzelf welk type woord (bijv. zelfstandig naamwoord, werkwoord) het beste voor de spelers werkt ;-)

Het meest rechtse paar begint nu een scène te spelen. Het allereerste woord wat er in de scène gezegd wordt, moet het input woord zijn. De spelers mogen het uitspreken van dit woord rustig door redelijk wat scène(werk) vooraf laten gaan: ze mogen alleen in dit intro dan geen tekst gebruiken!
Als de basis van deze 1e scène wel duidelijk is, pakt het 2e paar (in midden) het initatief over. Dat doen ze ófwel door duidelijk het input woord uit te spreken (zodat het 1e paar spelers weet dat ze ‘afgetikt’ worden), ófwel doordat dit 2e paar naar voren stapt (zodat het 1e paar letterlijk kan zien dat het andere paar gaat spelen).
Na verloop van tijd pakt het 3e (meest linkse) paar zo ook weer de beurt over van het 2e paar.
Daarna komt weer het 1e team aan de beurt, en zo ga je (meestal) nog 1 keer rond, en dan eindig je. Tussen de scènes hoeven er hierbij geen verbanden gelegd te worden, maar het mag natuuurlijk wel.

De clou van de game is dat ieder paar het input woord een eigen invulling geeft. Eentje die liefst zoveel mogelijk van de invullingen van de andere 2 teams varieert.
Zo kreeg men bij deze game een keer als input woord kookboek. Dat werd vervolgens in de 1e scène ingevuld als iemand die aan een fantastisch kookboek werkte (de meest voor de hand liggende invulling). In de 2e scène werd het Kookboek, ik vraag je om ons trouwboekje, en jij komt met een kookboek aanzetten…?! (emotie!). En in de 3e scène streden twee kinderen om hetzelfde boek ‘K ook boek! Ik wil ook boek hebben…! (originele vondst!).

Side-coaching, Tips & variaties

  • Als je elkaar goed aanvoelt, kan je de teamwissel ook inzetten doordat het spelende paar in een duidelijke freeze gaat staan. Het volgende team in de rij weet dan dat zij het kunnen gaan overnemen;
  • De scènes hoeven niet allemaal even lang te duren: kijk welke tijdsduur past bij iedere scène & speelronde – soms is dat lang, soms kort;
  • De paren die niet aan het spelen zijn, kunnen het beste in een freeze blijven staan, of i.i.g. weinig bewegen (zodat de focus duidelijk is);
  • Je kan toestaan dat het input woord voorafgegaan mag worden door de, het, of een: toevoeging van het lidwoord geeft je net iets meer speelruimte voor je start. Sta in dit geval ook écht alleen maar 1 van deze 3 lidwoorden toe;
  • Variëren met de emotie waarmee je het input woord zegt, kan je vaak al een mooie vliegende start geven. Want je víndt meteen al iets van wat je zegt!
  • Een variatie is dat je de game met 4 spelers speelt. Die gaan nu – (vrij) snel na elkaar – zoveel mogelijk verschillende scènes (dan wel eerste delen van scènes) spelen. Daarbij begint nog steeds iedere scène met het input woord.
    Niet iedere scène zal hierbij met alle vier de spelers gespeeld worden. Het werkt waarschijnlijk zelfs béter wanneer je per keer met 2-3 spelers speelt, omdat er dan ‘langs de kant’ altijd min. 1 speler is die alvast iets voor een volgende invulling kan bedenken;
Wil je met je team aan deze, en meer van dit soort spelvormen werken? Schakel me in voor een training!