Theatraal van 0 naar 100

Na een basale (openings)zin als Wil je koffie? kan je vaak veel meer doen dan je denkt. Bij deze oefening gaan we op zoek naar zoveel mogelijk verschillende manieren om die zin te gebruiken als springplank voor emotie, relatie, locatie, voorgeschiedenis, non-verbaal spel, en meer. Oftewel: we gaan de openingszin meer zingevend maken ;-)

Hoe werkt het?

Zet de groep in een rij naast elkaar. Vervolgens gaat 1 speler uit de groep op een afstandje tegenover deze rij staan. Deze speler (hierna spreker genoemd) gaat een basale zin telkens opnieuw uitspreken. (Eventueel kan je als trainer ook deze rol op je nemen.)

De spelers in de rij gaan nu zoveel mogelijk verschillende manieren uitspelen om op die zin te reageren. Dat gebeurt doordat er 1 speler uit de rij naar voren stapt, en een reactie uitspeelt richting de spreker. Die reactie duurt max. iets van een halve minuut. Het naar voren stappen gebeurt willekeurig/op basis van wie wil.
Je kan deze opzet ook met 2 spelers doen, waarbij 1 speler meerdere variaties gaat uitspelen als reactie op de uitgesproken zin. Dat is wat intensiever, maar kan de reagerende speler ook de ruimte bieden om snel echter elkaar verschillende dingen uit te proberen.

Kies een basale, korte, en drama-vrije zin voor de spreker. Bijvoorbeeld: Wil je koffie?, Goedemorgen, Wat een weertje, hè. Vermijdt details (Wil je koffie, pap?), want dat kan het scala van reacties dat op de zin kan volgen beperken.
De spreker spreekt de zin telkens exact hetzelfde uit, en op zo neutraal mogelijke wijze.

Er zijn heel veel manieren waarop je op de uitgesproken zin kan reageren. Zoals (met Wil je koffie? als zin)…:

  • Doe een standaard Ja, en…, bijv. Mmmm ja, met 2 klontjes en een wolkje melk graag. Wat op zich werkt, maar je zal vaak merken dat het de scène ook niet veel verder brengt. Maar soms komt er even niet meer ;-)
  • Doe een Ja, en…, en voeg er extra, wezenlijk detail aan toe. Dat detail geeft ons meer/nieuwe informatie over (bijv.) waar we zijn, wie de 2 mensen zijn, wat hun relatie is, wat er nu aan de hand is en/of wat er hiervoor gebeurd is en/of wat er te gebeuren staat.
    Bijvoorbeeld:

    • Oh met deze kou… lekker! (zegt iets over de locatie en mogelijk wat er aan de hand is);
    • Zo, daar ben ik na gisteravond wel aan toe! (zegt iets over wat er gebeurd is, ook al is dat nog vrij open);
    • Lekker mam/buurman/lieverd/etc. (zegt iets over de relatie);
    • Doe maar, dat kunnen we wel gebruiken vandaag/voor zo dadelijk (emotie, wat gaat er mogelijk komen);
    • Nee dank je, ziekenhuiskoffie is meestal niet te zuipen (locatie, wat is er geweest, wat is er nu);
    • Doe maar, want anders val ik straks tijdens de speech in slaap (relatie, soort van info over locatie, wat is er nu, wat gaat er komen);
  • Je gebruikt de reactie om meteen een tilt / een probleem / drama in de scène te gooien. Maar doe dit met mate, anders voelt het al snel geforceerd. Bijvoorbeeld Oh, speel je weer butlertje voor mam?, Die koffie kan wachten… wij moeten eerst hoognodig praten., Ik wil jou weer terug in mijn leven – mag dat ook?, Gaan we het nu écht over de koffie hebben?;
  • Maak gebruik van mise-en-scène. Waar op het speelvlak je je zin uitspreekt, en hoe je daarbij t.o.v. de spreker en het publiek staat, kan heel veel zeggen zonder dat je het uitspreekt. En het staat zo lekker theatraal ^_^
  • Reageer in een duidelijk emotie. Mogelijk zelfs in een emotie die je vantevoren uitgekozen hebt, en niet (goed) past bij die basale zin – wat dan lekker kan gaan schuren in het spel;
  • Gebruik de zin als startschot voor een korte terzijde/monoloog waarin je iets wezenlijks over jou, de ander, jullie relatie, of de situatie zegt. Kies hiervoor ook echt één ding, anders wordt het al gauw een lang verhaal en heel veel expositie;
  • Reageer non-verbaal. Bijvoorbeeld, loop getergd van de vraagsteller weg naar een heel ander punt op het speelvlak, en zucht een keer heel diep;

Wissel na verloop van tijd van openingszin & van spreker. Doe dat niet te snel, want je wil de groep wel een beetje uitdagen: vaak zijn er best nog nieuwe manieren om op de sprekerszin te reageren, maar je moet even zoeken.

Belangrijkste doel van deze oefening is om te laten zien hoe je van een standaard (en vaak ook: basale) opening snel op iets wezenlijk(er)s kan uitkomen. Zodat de scène meer inhoud én vaak ook meer vaart krijgt.

Wil je met je team werken aan associëren, emoties, en meer? Schakel me in voor een training.