Laat spontaan een karakter ontstaan

Snel tot een typetje komen is vaak geen probleem. Is het komen tot een karakter met meer handen en voeten & dimensies een uitdaging voor je? Dan kan deze oefening je daarbij helpen.

Hoe werkt het?

Laat iedereen om te beginnen neutraal rondlopen. De oefening begint in stilte, en zonder verder contact met de andere spelers (dat komt later).

Stel nu vragen die de spelers helpen om een karakter op te bouwen. Laat ze daarbij zoveel mogelijk het antwoord kiezen wat als eerste (spontaan) in hen opkomt;

  • Is je karakter een man of een vrouw?
  • Hoe loopt je karakter: snel of langzaam, met grote of kleine stappen, huppelend of schuifelend, of anders?
  • Hoe beweegt het karakter de armen: wiebelend, stijf langs het lichaam, etc.?
  • Wat heeft je karakter aan? Dat zie je natuurlijk niet echt, maar het helpt je wel als speler om een duidelijk beeld te vormen. Het kan ook weer bepalen hoe je je beweegt en hoe je loopt;
  • Hoe ademt je karakter? Rustig, gehaast, met gepiep of gehijg, etc.?
  • Hoe houdt het karakter zijn hoofd: naar beneden gericht, fier opgericht? En waar kijkt hij heen (naar boven, naar beneden, opzij, etc.)?
  • Vanuit welk lichaamsdeel loopt je karakter het meeste: de benen, de buik, de borst, het hoofd, de schouders, etc.? Wat voor lichaamshouding heeft je karakter: rechtop, voorover, stijf, in elkaar gedoken, wiebelend, etc.?
  • En als laatste: hoe heet je karakter? (dit zegt je nog niet hardop)

Als men een karakter opgebouwd heeft – vergeet niet om te checken dat dit bij iedereen ook gelukt is – kan je het karakter nog verder uitbouwen met de volgende vragen:

  • Hoe praat je karakter? Zacht/luid, hees/helder, stotterend/langgetrokken, etc.?
  • Laat iedereen nu de eerder gekozen karakternaam een paar keer (tegen zichzelf) zeggen, op de manier zoals het karakter dat zou doen;
  • Kies een leeftijd voor je karakter (kies liever geen kinderleeftijd);
  • Hoe begroet je karakter anderen die hij tegenkomt? En hoe spreekt hij ze aan: bijv. niet (hij ontwijkt ze bijv.), joviaal, angstig, stotterend, etc.? Geeft hij mensen een hand? Houdt hij afstand? Omhelst hij mensen? etc.
  • Op welk dier lijkt je karakter veel? Kies – als dat helpt – 1 belangrijke eigenschap of kenmerk van dat dier, en verwerk die (subtiel) in hoe je karakter zich gedraagt en/of voortbeweegt;
  • Laat (vervolgens) iedereen 1 zin vinden die bij het karakter past. Bij hoe hij zich voelt, iets wat hij vaak zegt, een motto, o.i.d. Laat iedereen die zin een aantal keren voor zichzelf hardop herhalen. En laat ze daarna die zin tegen anderen uitspreken, maar de tekst beperkt houden tot die ene zin;
  • (bonusvragen:) Hoe was je karakter toen hij op de lagere school zat? Wat is tot nu toe het grootste succes van hem/haar? En wat de grootste fout/tegenslag? (dit helpt om het karakter nog net wat meer diepte te geven)
  • Laat nu karakters elkaar in tweetallen opzoeken, en een kort gesprekje voeren (daarbij alle eigenschappen van het karakter meenemend). Wissel een aantal keren. Eventueel kan je met deze karakters nu ook nog (korte) scènes spelen, want je hebt al een stevige basis in de vorm van duidelijke personages;
Wil je met je team aan/met karakters werken? Schakel me in voor een training.