Karakter in uitvoering

Wil je meer variatie aanbrengen in de karakters die je speelt en/of bedenkt? Bij deze oefening voeg je – letterlijk! – stap-voor-stap elementen aan een karakter toe. En wat je toevoegt, speel je meteen uit. Zodat het onmiddelijk voor je gaat leven & je ook weer verder kan inspireren!

Hoe werkt het?

Alle spelers lopen in een ontspannen tempo & neutraal rond in de ruimte. De oefening begint in stilte, en zonder verder contact met de andere spelers te maken (dat komt later, namelijk).

Terwijl de spelers blijven rondlopen, ga je nu allerlei vragen aan ze stellen om ze zo te helpen om een karakter op te bouwen.
Moedig spelers daarbij aan om zoveel mogelijk het antwoord kiezen wat als eerste in hen opkomt (resp. om het antwoord niet te veel door te denken). Moedig ze ook aan om voor geloofwaardige c.q. niet-komische keuzes te gaan (tenzij je graag dat soort karakters wil ontwikkelen, natuurlijk): vaak zijn typetjes namelijk de comfort zone van spelers, en je wil ze juist nieuwe dingen laten ontdekken.

Begin met globale vragen, en maak ze geleidelijk aan steeds specifieker:

  • Is je karakter een man of een vrouw? (of wellicht non-binary – kan ook natuurlijk);
  • Hoe loopt je karakter? Snel of langzaam? Met grote of kleine stappen? Huppelend, schuifelend, of op een andere manier?
  • Hoe beweegt het karakter de armen? Wiebelend, stijf langs het lichaam, of anders?
  • Wat heeft je karakter aan? Dat zie je natuurlijk niet echt, maar het helpt spelers wel om een duidelijk(er) beeld te vormen. Het kan ook weer bepalen hoe men beweegt en hoe men loopt;
  • Hoe ademt je karakter? Rustig, gehaast, met gepiep of gehijg, of op een andere manier?;
  • Hoe houdt het karakter z’n hoofd? Bijvoorbeeld naar beneden gericht, of fier opgericht? Waar kijkt hij heen (naar boven, naar de grond, opzij, etc.)?
  • Vanuit welk lichaamsdeel leidt je karakter (het meest)? De benen, de buik, de borst, het hoofd, de schouders, etc.?
    Wat voor lichaamshouding heeft je karakter: rechtop, voorover, stijf, in elkaar gedoken, wiebelend, of iets anders?
  • En als laatste: hoe heet je karakter? (dit zeggen de spelers nog niet hardop)

Als iedereen zo een karakter opgebouwd heeft – vergeet niet om na te gaan of dit bij iedereen ook gelukt is – kan je ze het karakter nog verder laten uitbouwen.
Dit kan je als volgt doen:

  • Hoe praat je karakter? Zacht/luid, hees/helder, stotterend/lang getrokken, etc.?
  • Laat iedereen nu zijn of haar karakternaam een paar keer tegen zichzelf zeggen, op de manier zoals het karakter dat zou doen;
  • Kies een leeftijd voor je karakter. Kies liever geen kinder leeftijd;
  • Hoe begroet je karakter anderen die hij tegenkomt? Hoe spreekt hij ze aan? Doet hij dat bijv. met tegenzin, joviaal, angstig, stotterend, etc.?
    Geeft hij mensen een hand? Houdt hij afstand? Omhelst hij mensen?
    Spelers mogen dit nu uitproberen wanneer ze anderen karakters tegenkomen. De conversatie bestaat daarbij uit simpele, losse woorden (je wilt nog geen complete gesprekken tussen karakters);
  • Op welk dier lijkt je karakter veel? Kies – als dat helpt – één belangrijke eigenschap of kenmerk van dat dier, en verwerk die (subtiel) in hoe je karakter zich gedraagt en/of voortbeweegt;
  • Zoek één zin die bij je karakter past. Bij hoe hij zich voelt, iets wat hij vaak zegt, een motto, o.i.d. Laat de spelers die zin een aantal keren voor zichzelf herhalen.
    Daarna mogen ze evt. die zin ook tegen anderen zeggen, maar daarbij beperkt men de tekst tot die ene zin;

Als het goed is, heb je nu een karakter wat meer dan rond genoeg is om scènes of zelfs een lange(re) vorm mee te spelen!

Wil je met je team trainen op karakterwerk? Schakel me in voor een training.

Geef een reactie