Het één doen, het ánder zeggen

Handelen terwijl je speelt maakt een scène levendiger en vaak ook interessanter. En het kan ook een (lichte) rem zetten op hoeveel je praat, wat eigenlijk bijna altijd wel een plus is ;) Bij deze oefening gaan we de ‘beweging’ en de ‘inhoud’ bewust niet op elkaar aan laten sluiten. En dat levert vaak heel interessant spel op!

Hoe werkt het?

Je speelt de oefening met 2 spelers. Die vragen standaard als input om iets waar ze voor langere tijd handelingen op kunnen gaan baseren. Bijvoorbeeld Wat is een klus die je ‘t liefst zo lang mogelijk uitstelt?

De spelers spelen vervolgens een scène van ca. 2-3 minuten, waarbij ze in stilte (ook geen mimen van praten…!) aan het handelen zijn. Gewoon fysiek met de handelingen & met elkaar (c.q. hun relatie tot elkaar) bezig zijn. Benadruk dat men het niet te ingewikkeld moet maken, want ze moeten deze handelingen hierna nóg een keer gaan spelen.

Als de spelers klaar zijn met de handelingsscène, gaan ze de scène opnieuw (zonder verdere extra input) spelen. Alleen deze keer mogen ze wél praten/tekst gebruiken. Er is echter wel één duidelijke maar: wat ze zeggen, mag niets te maken hebben met de handelingen die ze aan het uitvoeren zijn. Je ziet zo bijvoorbeeld 2 mensen die de was aan het opvouwen zijn, maar het ondertussen hebben over wel/niet met Kerst naar de wederwijdse familie gaan.

Het doel van deze oefening is om spelers te trainen in het (bijna) altijd blijven handelen in een scène. Dit i.p.v. naast elkaar ‘ergens’ met elkaar te staan praten (lees: de standaard babbel-de-babbel-impro scène). Je wil dat het een tweede natuur van spelers wordt, dat als ze langer dan een halve minuut stilstaan ze vanzelf weer gaan bewegen/handelen.
Veel handelen helpt vaak ook om de locatie waarin de scène zich afspeelt, meer invulling en sfeer te geven. Spelers staan dan niet langer meer in een ogenschijnlijk karakterloze ‘doos’ te spelen.

Wat je meer dan eens ziet, is dat de 2e ronde heel erg ‘geaarde’/realistische(re) scènes oplevert. En vaak ook scènes die heel herkenbaar (alledaags) zijn. Het continue handelen – en side-coach er streng op dat dit tijdens de 2e ronde blijft gebeuren! – lijkt ook het denkproces van spelers wat te verstoren, waardoor wat er gezegd wordt vaak veel natuurlijker over komt.

Deze oefening kan ook een goed middel zijn om spelers (meer) absurd spel te laten neerzetten. Want hoe groter de kloof is tussen de handelingen & dat waarover gesproken wordt, hoe absurder (en komischer) de scène wordt. En de kans is groot dat de dialoog op een aantal punten toch ineens opvallend (en onverwacht!) goed aan blijkt te sluiten bij de op dat moment neergezette handeling :-)

Wil je graag trainen op fysiek spel, het neerzetten van relaties, of andere improvisatie aspecten? Schakel me in voor een training.