“Mogen we van jullie … ?”

Heel vaak wordt bij improvisatie een scène (of zelfs een volledige voorstelling) gebaseerd op iets wat aan het publiek gevraagd is: de zogenaamde input. Het is ook een van de manieren waarop je het publiek onderdeel van de voorstelling maakt. Toch wordt er nog behoorlijk vaak geworsteld met dit onderdeel van impro. Zowel door de spelers als door het publiek. Daar moeten we wat aan doen!

Kleine toevoegingen, groot effect!

Bij input is hoe je erom vraagt, van groot effect op wat je precies terugkrijgt van je publiek. Stel je standaard vragen (Mag ik een locatie?, Mag ik een beroep?), dan krijg je vaak standaard antwoorden (zwembad, sauna, bakker).
Train jezelf er daarom op om je vragen altijd uit te breiden met iets extra’s, zoals bijvoegelijke naamwoorden en/of kleine bijzinnetjes. Zodat je uitkomt op meer inspirerende vragen als: Mag ik een groene locatie?, Mag ik een locatie waarin vuur een belangrijke rol speelt?, Mag ik een plek waar je als kind graag kwam?, Mag ik een beroep wat veel aanzien heeft?, Mag ik een beroep wat je buiten uitvoert?, etcetera.

Help je publiek een handje

Hou in je achterhoofd dat input roepen voor het gemiddelde publiek verre van dagelijkse kost is. Het is voor impro spelers vaak al lastig om op een vraag als Mag ik een relatie? of Mag ik een titel? iets zinvols te bedenken – kan je nagaan hoe dat voor hen is! Verplaats je daarom zo goed mogelijk in hun belevingswereld, en stel inputvragen die daarbij passen. Dus bijvoorbeeld Wat was de titel van je laatstgelezen boek? (i.p.v. Mag ik een titel?), Welk beroep denk je dat deze speler beoefend?, of Wat is een plek waar je afgelopen weekend geweest bent?.

Je kan van het input vragen ook een 2-traps raket maken. Je vraagt het publiek dan om het één, en transformeert dat tot de uiteindelijke input.
Vraag dus het publiek bijvoorbeeld om een voorwerp (antwoord: schaar), en gebruik dat om een zo tot een locatie (in het atelier van een kleermaker) of relatie (kapper en een vaste klant) te komen. Of deel het publiek in in 3 vakken, vraag elk vak om een woord, en verwerk die 3 woorden tot één titel. Zo krijg je het beste van twee werelden!

En daarbij nog meteen een tip (en persoonlijk stokpaardje): ga als impro speler in het publiek niet (te snel) input roepen. Het ‘gewone’ publiek raakt daardoor al snel geïntimideerd (omdat het niet zo rap dingen kan bedenken), en kruipt daardoor makkelijk in z’n schulp. Geef het publiek daarom de tijd om iets te roepen. En help ze ook waar dat kan (bijv. door je inputvraag net wat anders te formuleren). Dan zul je zien dat ook ‘gewoon’ publiek je volop met input kan verrassen & belonen!

Speelplezier gaat voor ‘de regels’

Zelfs wanneer je goeie/originele input krijgt, dan nog ben je er niet altijd. Want wanneer jij, als speler, met die input niets kan, dan kan het schip nog steeds stranden. Daarom: maak als speler de input (zeker de allereerste) niet heilig.
Wat ik daarmee bedoel is: je mag best het 2e, 3e of 4e ding dat geroepen wordt als input uitkiezen. Of om nog wat meer antwoorden op je inputvraag vragen. Echt, het meeste publiek ziet liever spelers die vol plezier een scène spelen op basis van díe input, dan dat ze spelers zien die minutenlang op het podium met input staan te worstelen (omdat dat toevallig als eerste is geroepen)…

Durf creatief te zijn

En weet ook: zelfs de meest standaard input kan je als speler omvormen tot iets ongewoons & nieuws. Vaak is het toevoegen van een bijvoegelijk naamwoord (ervoor) of een kort bijzinnetje (erna), al voldoende. Maak van zwembad zo (in je hoofd) bijvoorbeeld een golfslag zwembad, olympisch zwembad, zwembad tijdens de aquagym, zwembad op Mars, een zwembad dat al 50 jaar bestaat, op de allerlaatste openingsdag, etcetera. De mogelijkheden zijn zo eindeloos!

Train erop…!

Slim input vragen is een ‘spier’ die je gewoon kan trainen. De trainingen van je impro team zijn daarvoor een prima gelegenheid. Dus train jezelf erop om juist daar originele / ongewone inputvragen te stellen: dan doe je dat vanzelf bij voorstellingen ook.

Je kan ook specifiek hiervoor een keer tijd inruimen bij een training. Zorg voor pen & papier, en laat iedereen (ca. 5-10 minuten lang) zoveel mogelijk leuke / gekke / creatieve inputvragen bedenken rond veel voorkomende thema’s. Dus rond het uitvragen van o.a. beroepen (bijv. Het beroep van je ideale schoonzoon?) , voorwerpen (Een voorwerp wat herinneringen oproept?), relaties (Een relatie met emotie?), locaties (Locatie waar je ooit bang was?), aanleidingen om…, etcetera.
Niet alleen is zo’n brainstorm heel leuk om te doen, je komt zo gezamenlijk al heel snel op heel veel verschillende vragen uit. Zet alle resultaten ontdubbeld bij elkaar, en je hebt altijd een vangnet voor als je even zonder input-inspiratie zit ;-)