J.T.S. Brown: spelfilosofie van actie, reactie, en inspiratie

De J.T.S. Brown is een long form / spelfilosofie voor een grote groep spelers (zo’n 10-14 personen). Daarbij worden een hoge(re) mate van theatraliteit en ‘strakheid’ nagestreefd dan bij een gemiddelde improvisatie voorstelling. En de spelers worden sterk aangemoedigd om veel & vaak spelimpulsen in te zetten, en daarbij uit te stralen dat alles wat ingezet en neergezet wordt dé perfecte keuze was voor dat moment.

Wanneer je voor het eerst met deze lange vorm aan de slag gaat, kan hij best overweldigend voelen. Want op ieder moment kan er iets nieuws ingezet worden, waardoor scènes soms een paar minuten maar soms ook maar 10 seconden kunnen duren.
Dat betekent echter niet dat het een ‘ADHD-vorm’ is zonder richting of structuur. Je streeft de structuur (resp. een bepaalde rode draad of overbruggend thema) alleen niet specifiek ná. In plaats daarvan laat je telkens heel organisch nieuwe impulsen, nieuwe scènes, en nieuwe karakters ontstaan. In dat proces kan je soms (bijna) verzuipen, maar het leidt ook meer dan eens tot echt briljante ideeën en momenten. Naarmate je de vorm meer in de vingers krijgt, beleef je dat laatste type momenten ook steeds meer en steeds vaker. Maar blijf ook die ‘verzuip’ momenten koesteren, want soms heb je even een flink opschudmoment en (wat) ‘chaos’ nodig om tot nieuwe briljantjes en nieuwe inzichten te kunnen komen. Het is bijna filosofisch & als het leven zelf… ;-)

Hoe werkt het?

De J.T.S. Brown heeft niet echt een vaststaande structuur, maar er zijn wel een aantal belangrijke spelregels:

  • Af = af, en op = op

    Alle spelers die niet in de huidige scène meespelen, zijn af (resp. staan in de coulissen). Dat betekent dat als het publiek je kan zien, je automatisch meespeelt (in wat voor hoedanigheid dan ook) in de huidige scène.
    Heb je nou geen coulissen, of iets anders waar de spelers die af zijn zich achter kunnen verbergen? Geef dan voordat je start heel duidelijk aan (bijv. met tape of krukjes) waar het speelvlak begint/eindigt: zo is voor het publiek & voor de spelers altijd duidelijk wie er meespeelt in de huidige scène, en wie niet;

  • Niet alleen maar mensen

    Bij deze vorm worden fysiek spel, geluiden, en decorum benadrukt. Zet dus niet alleen maar menselijk karakters neer, maar speel zeker ook eens een onderdeel van de omgeving/een decorstuk, een dier, of ben iets anders vreemds/creatiefs;

  • Iedere overgang is organisch

    Scènes/bewegingen/spelimpulsen lopen altijd vloeiend in elkaar over. Je klapt dus bijvoorbeeld niet af, en je voert ook geen sweeps uit.
    Een overgang kan van binnenuit de scène (door een karakter) ingezet worden, maar soms ook door 1 of meer spelers van buitenaf. Hij wordt meestal aangegeven door de laatst uitgesproken zin plus beweging (in de lopende scène) te gaan herhalen. En hij neemt standaard de vorm aan van een (vrij) abstracte beweging-en-geluid transitie (zoals bij de game De Machine), en mondt uit in een meer realistische (‘normale’) scène.
    Aan de overgang nemen bij voorkeur veel spelers deel, zodat je een grote poule van spelers hebt die kan meedoen met de beweging(en) en het geluid, en mee kan gaan ontdekken waar het nu heen zou kunnen gaan. Maar je kan ook prima vanuit een 2-persoons scène een overgang maken naar een nieuwe 2-persoons scène (mogelijk met exact dezelfde spelers, maar wel als andere karakters);

  • Overgangen: soms vrij lang, soms heel kort

    Een overgang kan de vorm plus lengte aannemen van een soort intermezzo. Zeker wanneer je net een aantal korte scènes hebt gehad, kan het fijn zijn om met een wat langere overgang even een soort ‘rustje’ aan te brengen.
    Maar een overgang kan ook heel kort duren (zeg 5-10 seconden): stel 2 karakters zijn aan het golfen, dan kan één van die twee karakters van het neerzetten van zijn putt-beweging ineens overgaan in het neerzetten van een staande klok (zijn armen zijn dan de slinger). De andere spelers pikken dat snel op, en we gaan vrijwel meteen over naar bijv. een scène met een opa en oma (en die staande klok als decorstuk);

  • Op komen lopen = nieuwe scène

    Zodra een speler op komt lopen, wordt er (via een organische overgang) een nieuwe scène ingestart. Je kan bij de J.T.S. Brown dus nooit halverwege mee gaan spelen in de lopende scène. Dit is ook meestal de regel die het langst nog door spelers overtreden wordt, omdat hij best wel afwijkt van wat we bij impro gewend zijn.
    ‘Af’ gaan uit de huidige scène kan overigens wél zonder dat er een nieuwe scène gestart wordt, al is het mooier om dit niet te doen;

  • Nieuwe scène? Kies meteen!

    Kies, zodra de overgang naar een nieuwe scène wordt aangegeven, meteen of je mee gaat doen, of dat je weg (resp. ‘af’) gaat. De vorm ‘dwingt’ je om daarin duidelijke keuzes te maken. Twijfel je wat langer en/of weet je het niet, dan blijf je dus waarschijnlijk net-iets-langer-dan-heel-erg-kort staan, en geldt dús: gefeliciteerd! je maakt onderdeel uit van de nieuwe scène ^_^

  • Scènes kunnen terugkomen

    Eerder gespeelde scènes kunnen (na een ingezette overgang) altijd weer een keer terugkomen c.q. voortgezet worden. En dit wordt vaak ook gewaardeerd door het publiek.
    Je kan zo eventueel zelfs werelden binnen werelden laten ontstaan, doordat scène 1 overloopt in scène 2 die weer overloopt in scène 3, en daarna weer overgaat naar scène 2 en dan scène 1 (min of meer als bij de game Space Jump);

Een voorbeeld van hoe de vorm gespeeld kan worden, is te zien in deze video.

De J.T.S. Brown is een vorm die minder maf is dan het voorgaande misschien doet vermoeden. Ja, creatieve invallen worden absoluut aangemoedigd, net zoals het durven volgen van spelimpulsen, maar ga niet (puur) gek doen om het gek doen. Onthou dat de (letterlijke) vorm weliswaar maf is, maar dat de inhoud solide moet blijven. Hou in je scènes dus altijd oog voor zaken als (het neerzetten van) relaties, Ja, en!, en elkaar laten stralen. Creëer (bijvoorbeeld) ergens midden in de voorstelling ruimte voor een scène van 6 of 7 minuten, met bijv. 2 spelers, en geef die de tijd om mooi te bloeien, om te ademen, om te zijn. Zo kunnen spelers én publiek even rustig ademhalen tijdens de wilde achtbaanrit die de rest van de voorstelling waarschijnlijk is ;-)

Wil je met je groep graag werken aan fysiek spel, karakters, en/of lange vormen? Schakel me in voor een training.

Geef een reactie