“Het Dorp”: lange vorm met lage instapdrempel

Dit is een lange impro vorm met een makkelijke instap, zeker voor korte vorm-spelers. Want hij is sterk verhaalgedreven, de regisseurs zorgen ervoor dat je niet snel de draad kwijtraakt, en hij leent zich goed voor soapy & komisch spel.

[De vorm is oorspronkelijk bedacht door André Besseling: hij verdient alle credits daarvoor.]

Hoe werkt de vorm?

Je werkt bij deze vorm standaard met 3 hoofdrolspelers, en 1 of 2 regisseurs. Idealiter heb je daarnaast nog minimaal iets van 3 bijrol/ondersteunende spelers.

Bij de start van de vorm, krijgen de drie hoofdrolspelers een (voor)naam, en een beroep of bezigheid in het dorp. Hoeveel daarvan je de spelers zelf laat invullen, en hoeveel het publiek, is iets wat je naar eigen smaak kan invullen.
Hou er wel rekening mee dat deze basis de hele vorm meegaat, dus vermijdt liever heel ‘uitgesproken’ input (bizarre beroepen, o.i.d.). En hoe meer diversiteit er in de startprofielen voor je hoofdrollen zit, hoe meer kanten je ermee uit kan. Dat is altijd fijn ^_^

Vervolgens start je de vorm met 3 positieve scènes (= zonder problemen of ‘drama’) waarin we kennismaken met de drie hoofdrolspelers. Het makkelijkst is het om als locatie voor iedere scène het ‘thuis’ van die hoofdrol te kiezen. En het beste gaat dit met telkens één bijrol-speler erbij, zodat je een duidelijke focus hebt.
Introduceer hierbij niet teveel dingen in één keer m.b.t. de hoofdrolspelers (info dump!), dan hou je de basis simpel en overzichtelijk. En simpel is goed, zéker bij deze vorm!
Na de 3 introductie-scènes, geven de regisseurs nog een keer een heel korte samenvatting ervan, zodat e.a.a. bij het publiek én de overige spelers goed kan landen. Daarbij lichten ze ook een paar dingen eruit die zij gezien hebben & die ze interessant / intrigerend vonden. Op die manier geven ze duidelijke suggesties voor dingen die de spelers in de volgende scènes kunnen gaan oppakken (maar het is geen keiharde verplichting om dat ook te doen).

Daarna gaat de vorm op volle kracht vooruit, en gaan de spelers scènes neerzetten. In iedere scène zit altijd minimaal één v.d. hoofdrolspelers, en er komen natuurlijk allerlei verwikkelingen aan bod.
Af en toe (meestal om de 2-3 scènes) komen de regisseurs weer terug, en vatten samen wat er gebeurd is. Daarbij kunnen ze ook weer dingen eruit lichten die (mogelijk) interessant zijn om verder op in te zoomen. Met hun keuzes van welke dingen ze eruit lichten & welke dingen ze in de samenvatting wel/niet benoemen, kunnen de regisseurs de vorm ook – al dan niet subtiel – (bij)sturen.

Door het spel van de spelers én de regie van de regisseurs, werkt de vorm zo toe naar een spannende finale. Vaak heeft de vorm een speeltijd van zo’n 30-45 minuten, dus er is volop speelruimte om daarop uit te komen. Ben daarbij (als regisseur) niet te bang om richting het einde verhaallijnen die niet lopen, naar de achtergrond te schuiven, of zelfs compleet te laten vallen. En ben ook niet bang voor het maken van grote (dramatische) keuzes.

Op allerlei manieren uitbreidbaar

Wat hierboven beschreven staat, is min of meer de basis opzet, en werkt heel goed om de vorm als groep lekker in de vingers te krijgen. Daarná kan je hem op allerlei manieren uitbreiden:

  • Je kan bijv. bij aanvang de niet-hoofdrolspelers in een soort lopende band langs telkens één hoofdrolspeler laten lopen. Daarbij roept iedere speler die langsloopt iets korts wat de hoofdrolspeler zou kunnen inspireren bij het vormen van zijn karakter. Dat kan een beroep zijn, een emotie, een (kort) motto, etc. Bijv. 3e generatie dorpssmid, optimist, heeft een kort lontje, vroeger veel gepest, weduwe, Ik wil de beste zijn!, zes kinderen, etc. Dit laat je ca. 2 minuten doorlopen. Daarna kiezen de hoofdrolspelers in stilte er 2-3 dingen uit, vormen op basis daarvan de start van hun karakter, en stellen zich vervolgens (met die info) voor;
  • Vraag in plaats van een beroep, wat de relatie tussen telkens twee hoofdpersonen is. Het werkt ‘t beste wanneer die relaties neutraal geformuleerd worden, en nog geen ‘drama’ bevatten. Vergelijk wonen in dezelfde straat of moeder en schoonzoon, met gaan samen de bank beroven;

Side-coaching/tips

  • Speel als bijrolspeler puur ondersteunend, zodat in het verhaal de focus duidelijk op de hoofdrolspelers ligt. Dat gezegd hebbende: als een bijrol toevallig iets inzet wat een briljante twist in het verhaal kan zijn, dan kan je natuurlijk altijd besluiten om (als regisseur) letterlijk de rollen om te draaien. Spanning & intrige zijn bij deze achtbaan van een vorm altijd goed :-)
  • Starten met 2 regisseurs (er vanuit gaan dat je genoeg spelers daarvoor hebt) werkt vaak fijn, omdat dan niet één speler de volledige verantwoordelijkheid draagt. De twee regisseurs kunnen elkaar mooi ‘aftikken’, en zien spreekwoordelijk ook meer dan één;
  • De relatie tussen regisseurs en spelers is een gelijkwaardige: géén van beide partijen gaat de ander ongewenst voor het blok zetten, of problemen over de schutting gooien naar de ander (dat geldt m.n. voor spelers richting de regisseurs);
  • Hou de lengte van de individuele scènes kort. En laat ze bij voorkeur draaien rond één duidelijk ding. Zo hou je een duidelijke focus, en blijft de vorm voor iedereen goed te volgen;
  • Zorg voor een goede afwisseling tussen 2- en mogelijk 3-persoons scènes, en zo nu en dan zelfs een massa scène met (bijna) iedereen uit het dorp (bijv. een demonstratie, een vergadering, een feest, o.i.d.);
  • Voor de bijrollen geldt dat het ‘t makkelijkst is om hetzelfde karakter te blijven als waarmee je als eerste opkomt. Heb je echter een wat kleinere, of een avontuurlijk-ingestelde spelersgroep, dan kan een bijrolspeler ook meerdere karakters neerzetten. De speler moet daarbij wel zorgen dat die (bijv. m.b.v. attributen) duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Anders snapt het publiek (en vaak ook de rest van je groep…!) er niets meer van!
Wil je ook aan de slag met lange vorm, of verhaal-gedreven spel?
Schakel me in voor een training.