Schrijfcursus, deel II

Zoals beloofd, is hier het vervolg van mijn schrijfcursus ervaringen en resultaten.

In mijn vorige bijdrage heb ik feitelijk behandeld wat tijdens les 1 en 2 van de cursus aan bod is gekomen.
De daarop volgende les (3) was achteraf de les die me het minst lag: tijdens deze les zijn we namelijk met poëzie aan de slag gegaan.
We kregen een aantal pagina’s met de meest uiteenlopende soorten gedichten: van middeleeuwse sonnetten
tot aan een zeer modern gedicht van Jules Deelder. De opdracht was om het gedicht uit te kiezen wat je het meeste aansprak (qua inhoud en/of vorm), en
vervolgens een recente gebeurtenis in eenzelfde type gedicht te verwerken.
Ik had een gedicht van Toon Hermans uitgekozen. Zijn stijl spreekt me aan omdat oppervlakkig gezien zijn gedichten heel eenvoudig lijken (qua taalgebruik, zinslengte, en dergelijke), maar als je er meer in detail naar kijkt dan zie je dat die eenvoud bedrieglijk knap in elkaar zit.
Zo heb ik dus ook geprobeerd om een gedicht te schrijven, maar het lukt niet. Ten eerste had ik nog maar een half gedicht af toen de tijd (v.d. les) om was, en ten tweede was ik volstrekt ontevreden over de stijl en het rijmschema van het gedicht: het kwam op mij als een veredeld Sinterklaasgedicht over! Het miste alle subtiliteit en eenvoud die me zo aansprak in de gedichten van Toon Hermans. Van deze les kan ik dus geen echt resultaat tonen…

De vierde les was veel leuker. Hier gingen we voor het eerst aan een dialoog werken (het werken aan dialogen zou uiteindelijk bijna 3 lessen in beslag gaan nemen).
Voordat ons verteld werd dat we aan een dialoog zouden gaan werken, werd ons gevraagd om één of meer uitspraken op te schrijven die ons bijgebleven waren uit gesprekken uit het verleden (bijvoorbeeld “Kop op!” of “Je hebt het in het leven nou eenmaal niet altijd in de hand.”). Vervolgens moesten we uit deze zinnen degene kiezen die ons het meeste aansprak, waar we het meeste bij voelden.
Vervolgens werd bekend gemaakt dat we een dialoog moesten gaan schrijven. De zin die we uitgekozen hadden, zou de openingszin worden van personage A. De docente pikte nu uit een door haar meegebrachte toneeltekst willekeurig voor iedereen 1 zin. Dit werd de openingszin van personage B die op de openingszin van A volgde. Vervolgens was de opdracht:

Schrijf een dialoog op basis van de door jouw gekozen zin en de willekeurig gekozen toneeltekstregel.

De dialoog zou minimaal uit circa 10 regels moeten bestaan. Als we dat wilden, mochten we de dialoog van een situatieomschrijving voorzien.

Het eerste resultaat was als volgt:

A: … schelden doet geen pijn!
B: Er is een jongen in de kerk waar jij volgens mij een oogje op hebt.
A: (luid:) Hallo!
Luister je wel naar me?
B: Hmm?
A: Ik zit hier verdomme mijn ziel bloot te leggen, en jij bent alleen maar bezig met de leuke jongens in de kerk.Zo doe je dat nou altijd!
B: Nou sorry hoor mevrouw, maar ik vind hem daar héél wat interessanter dan jouw gefilosofeer.
A: Nou fijn!Ik zal jou nog eens wat persoonlijks vertellen!
(korte stilte)
Maar okee… hij is wel leuk ja.
B: Ah…! Zie je wel

Nu werd de opdracht van een extra handicap voorzien. De opdracht werd namelijk om de dialoog zo lang mogelijk voort te zetten. Echter, daarbij gold als restrictie dat B zijn laatste zin (zo goed als ongewijzigd) zou blijven herhalen. De cursusleidster zei daarbij dat je niet zomaar de dialoog mocht afbreken, en dat wanneer je op het punt kwam dat je niet meer wist hoe je de dialoog nog verder moest laten gaan, dat het dan pas interessant zou gaan worden!
De rest van de les werd besteed aan het uitbreiden van de dialoog. Huiswerk voor de volgende les was om de dialoog nog verder uit te breiden, en waar nodig nader uit te werken en te verbeteren (bijvoorbeeld door de zinnen van A en B niet netjes te laten eindigen, maar door A en B elkaar te laten interrumperen – dat zou je in een ‘echte’ dialoog waarschijnlijk ook doen).

De eindopdracht was dus:

Breidt de dialoog verder uit en werk hem zo goed mogelijk uit.

Het eindresultaat van de opdracht is de volgende dialoog. Voorafgaand aan de dialoog is een situatieschets te vinden (die niet geheel toevallig vrij dicht bij de belevingswereld van de auteur staat :-) De situatieschets verlevendigde voor mijn gevoel de dialoog aanmerkelijk, omdat deze zo minder anoniem en algemeen werd.
Het leek me erg leuk om eens een keer een lekker opvliegend type neer te zetten (dit werd personage A). Wie me beter kent zal het niet verbazen dat ik bij het voordragen van de dialoog heel graag de tekst van personage A (Antoine) voor mijn rekening wilde nemen ;-)
(En voor alle duidelijkheid: “Zie je wel” is de zin die personage B zo lang mogelijk moet blijven herhalen.)

Een grote kerk. Er is een trouwdienst aan de gang. De voorste helft van de kerk zit vol met aanwezigen. Alle rijen in de achterste helft zijn leeg. Twee jongens (Antoine en Bertrand) zitten als enige op de allerlaatste bank in de kerk.
Zowel A als B zijn homo. A is 30 jaar, lang, zonnebank bruin en erg ‘temperamentvol’. B is 18 jaar, vrij klein, wat rustiger, en ietwat afwezig.

A: … schelden doet geen pijn!
(B’s blik is gericht op een jongen in het voorste deel van de kerk.)
B: Er is een jongen in de kerk waar jij volgens mij een oogje op hebt.
A: (luid:) Hallo!
Luister je wel naar me?
B: (Draait hoofd een stukje richting A:) Hmm?
A: Ik zit hier verdomme mijn ziel bloot te leggen, en jij bent alleen maar bezig met de leuke jongens in de kerk.Zo doe je dat ….
B: (onderbreekt A:) Nou sorry hoor mevrouw, maar ik vind hem daar héél wat interessanter dan jouw gefilosofeer. En maak eens niet zo’n herrie, straks…
A: (onderbreekt B:) Nou fijn!
Ik zal jou nog eens wat persoonlijks vertellen!
(korte stilte)
Maar okee… hij is wel leuk ja.
B: Ah…! Zie je wel.
(B draait zijn hoofd wat van A af en kijkt weer dromerig richting de jongen voorin de kerk.)
A: Maar voor jouw informatie: ik heb geen oogje op hèm… Ik vind jou eigenlijk veel leuker!
B: (mompelend:) Ja, zie je wel.
A: Sorry?
B: Hm? Eh… zie je wel. …Toch?
A: Hoezo, zie je wel? Alsof jij er iets van gemerkt hebt dat ik …
(Enkele mensen in de rijen halverwege de kerk hebben zich boos omgedraaid en maken met sis-geluiden duidelijk dat A niet zoveel kabaal moet maken. A en B gaan op fluistertoon verder.)
B: Zie je wel – dat krijg je d’r van.
A: Wel ja, wrijf het nog maar een keer lekker in. Nou, jij kan…
(Door het middenpad komt de koster aanlopen richting A en B met de collecteschaal in de hand. Hij bekijkt de twee jongens wat argwanend.)
B: (richting A:) Stil even. Daar komt de koster aan.
(poeslief, richting de koster:) Dag meneer. Zullen we ook even onze bijdrage leveren?
Oh, en let maar niet op hem hoor: hij kan het emotioneel allemaal even niet meer aan… al dat huwelijkse geluk.
A: (binnensmonds:) Grrrr
(B doet wat geld in de schaal en geeft deze weer terug aan de koster. De koster loopt weer terug naar voren.)
A: Fijne vent ben jij zeg! Vieze slijmbal!
B: (poeslief:) Wat?
A: (imiteert B:) “Hij kan het emotioneel allemaal niet aan”.
Waar haal je dat nou in vre-des-naam vandaan, hm?
B: (gebaart met hand richting A:) Nou…, hier…: zie je wel!
(A loopt rood aan, begint allerlei drukke en afkeurende gebaren richting B te maken.)
A: (op beledigde toon:) Pffff! Tsssss! (Draait daarna demonstratief zijn hoofd van B af.)
B: (lacht)
A: Weet je…?
B: Nou?
A: Nou weet je, het is wel… het is wel goed met jou!
Ik bedoel: je ziet er heel lekker uit en zo, maar als je… als je met dit soort shit bij mij aankomt, nou dan donder je maar lekker op. Ik… ik…
B: (onderbreekt A:) Ach, maak je toch niet zo druk man.
A: (hevig verontwaardigd:) Waaat??
B: Niet zo druk ja. Dat is veel beter voor je, zie je wel?
A: Jaaah, ik-zie-je-zeker-wel.
Weet je nog dat ik zei dat schelden geen pijn doet? Hmm, nou?
(De mensen halverwege de kerk maken met sis-geluiden duidelijk dat B weer teveel kabaal maakt. A werpt een zeer boze blik terug.)
A: (richting de mensen:) Ach man, ga toch weg!
(fluisterend richting B:) Nou ik hoop dat ik ongelijk had met dat schelden geen pijn doet! Ik bedoel…. Je-zus! Soms lijkt het wel alsof ik malloten áántrek!
B: Amen!

De volgende twee lessen (5 en 6) werden ook aan het schrijven van een dialoog besteed. In les 6 werd aan de dialoog bovendien nog een monoloog toegevoegd.
De dialoog speelde in een geheel nieuwe situatie;

Schrijf een dialoog voor twee personen. Ze zijn net begonnen aan hun huwelijksreis & zijn nu onderweg naar hun vakantiebestemming. Eén van de twee personen heeft een mededeling die zeer verrassend of schokkend zal zijn voor de ander.

De opdracht was in twee stukken verdeeld. Allereerst werd er aan een dialoog van circa een pagina gewerkt, waarbij het advies was om het doen van de mededeling dan wel de reactie op de mededeling, zolang mogelijk uit te stellen. Een tweede tip was om eerst de twee personages uit te werken tot twee volwaardige karakters voordat aan het schrijven van de eigenlijke dialoog zou worden begonnen: dit maakt het namelijk makkelijker om tot een interessante en geloofwaardige dialoog te komen.

In de tweede les (les 6) was het de bedoeling dat deze dialoog verder uitgewerkt zou worden. Daarnaast zou de dialoog tot een climax moeten komen, die in een monoloog van één van de twee personages uit zou moeten monden.

Het eindresultaat was de volgende dialoog met in de hoofdrol Roderick en Louisa.
Roderick (die op geen enkele manier verbonden moet worden met de gelijknamige hoofdrolspeler uit het kwaliteits TV-programma “The Bachelor”!) is daarbij duidelijk de softie: zeer aantrekkelijk om te zien, maar ook niet meer dan dat.
Louisa is een kenau, een Cosmo Girl, een vleeskleurige Sherman tank. Hierbij moest ik wederom vaststellen dat ik een bijna ziekelijk genoegen schep in het neerzetten van een totale bitch als personage! (wat zou dit over de psyche van de schrijver zeggen?? ;-)

Een echtpaar zit in het vliegtuig. Het is hun huwelijksreis en ze zijn op weg naar Barbados. Hij heet Roderick, zij heet Louisa.

R: Lieverd, ik moet je wat vertellen.
L: Ach, je wil me natuurlijk vertellen hoe ziels-veel je van me houdt – nou ik hou ook héél véél van jou hoor, schatteboutje van me!
R: Lieverd, nee… Luister nou even naar me. Ik…
L: Ik hoop dat die schàt van een steward zo met de drankjes komt…
R: Schat toe nou, mag ik…
L: … want ik heb toch zo’n vreselijk droge keel zeg!
Een lekker Coeberghje zou er bij mij nu wel in gaan.
R: Schat, luister… ik… ehm… ik ben met Tiets – eh, ik bedoel, met Laetitia naar naar bed geweest. En eh…
L: Wat?
R: Eh, nou ja, je weet wel, met onze secretaresse die…
L: Wat wil je drinken, lieverd? Hè, blijf je wel bij de les?
En geef me die krant eens even aan.
R: Hè…? Wat?
L: Die krant daar, tussen het opklaptafeltje recht voor je.
Kom kom, schat, éven blijven focussen hoor.
R: S-schat… heb je me wel gehoord? Ik…
L: Ja, ja. Geef me die krant nou maar. Ik heb namelijk zo’n vre-se-lijke zin om het kruiswoordraadsel op te lossen.
Oh laat ook maar, ik pak hem zèlf wel.
(buigt zich over Roderick heen en pakt de krant)
R: … Kijk we, eh, we hadden allebei geborreld op de zaak, enne ik had nogal wat rode wijn op, en zij witte, en…
L: Eens kijken. Acht horizontaal. “Belangrijk lichaamsdeel”. Vier letters.
R: … en … ooh, ik heb er zo’n verschikkelijke spijt van! Het is….
L: Wat denk jij?
“Knie”? “Been”? Nee, dat past niet met twintig horizontaal. Hmm…
R: Liefje toe nou!
Je haat me zeker nou hè… maar zeg dat dan! Zeg iets.. Zeg…
L: Of zou het “hart” zijn? Ja, dat is het!
Oh, ik ben toch zó ge-wel-dig intelligent!
(Roderick’s voorhoofd is helemaal nat en bezweet aan het worden.)
R:
L: Wat is er nou weer met je?
(kijkt heel misprijzend op een steeds meer in elkaar krimpende Roderick neer)
Oh ja, je had wat liggen aanrotzooien met een griet van kantoor.
R:
L: Lieverd, laten we éven een paar belangrijke zaken straight zetten. Dat jij drie weken geleden had liggen rotzooien met die tikgeit, dat had ik al-lang door. Jij – jij bent zó vreselijk voorspelbaar en betrouwbaar. Dus, als jij, twee uur later dan gebruikelijk thuiskomt. Met een adem die van hier tot Tokyo naar de rode wijn stinkt. En me – als ik vraag waar je geweest bent – aankijkt met die vreselijk schuldige blik in die trouwe-honde-ogen van je….
…ja, precies, die ja!
…nou dan ben ik echt wel clever genoeg om het lijntje van punt A naar punt B te trekken.
En denk je nou echt – lieve lieve schat van me – dat ik dáár ook maar één minuut van wakker zal liggen in ons lix jumeauxtje? Nou?? Laat me niet lachen: nee dus!
En als we dan toch open boek gaan spelen, hmm, zo lekker open en eerlijk tegen elkaar gaan doen, nou dan wil ik ook nog wel even wat punten op de i zetten, Lieverd. Want…
(tegen de steward, die net aan is komen lopen:) Oh ja lekker, steward. Doet u mij maar een dubbele Coebergh. Met ijs. En voor meneer daar een Bucklertje. En doet u er maar vast een servetje bij. Voor het geval hij weer gaat knoeien. Want dat krijgt hij altijd weer voor elkaar.
Nou, vriendelijk bedankt hoor meneer!
(draait zich weer richting Roderick:) …want, schat van me, wáárvoor denk je nou dat wij getrouwd zijn, hmm? In ieder geval niet voor je geld, want daarvan heb ik zelf méér dan plenty. Ìk kom namelijk wèl uit een voortreffelijk milieu. Een milieu waar we nog weten hoe het hoort. Waar we weten hoe een heer een dame behoort te behandelen. Waar we weten dat bruine ribbroeken not done zijn. En als je je dan persé – met zo’n ding wilt onderscheiden van de massa, dan weten wij dat je er dan in ieder geval géén witte sport-sokken onder hoort te dragen, snap je wel, lieverd?
R:
L: Maar nee, dat snap je waarschijnlijk niet hè. Want voor je brains had ik je niet hoeven uitkiezen. Dan had ik beter Kees-Willem kunnen daten: dat is tenminste een man van de wereld. Maar helaas: die is dus weer zo lelijk als het achtereind van een heel vet varken. En daarom, schat, dáárom hebben wij een relatie. (Uiteraard wel op huwelijkse voorwaarden, maar dat spreekt voor zich natuurlijk.) Ik wil namelijk een man hebben waarmee ik aan kan komen zetten op de Rotary Club en op society parties. Een man met goeie looks, een lekker strakke body, en liefst ook met het juiste equipment zodat ik als vrouw van de wereld op alle terreinen vol-le-dig aan mijn trekken kom. En daarom was jij voor mij dé voor-tref-fe-lijke partner. Per-fect! En niet al te slim bovendien, zodat ik me gelukkig geen zorgen hoef te maken dat je ineens vreselijk hard carrière gaat zitten maken. Waardoor ik achter de geraniums zou komen te zitten. Net zoals de rest van het plebs. Nou geen denken aan dus, lief Roderickje van me!
En als jij dan zo nodig je mannelijkheid moet bewijzen door met zo’n slet van kantoor een nummertje te maken… nou, dan ga je je gang maar. Bovendien, volgens de laatste Cosmo is het zelfs vre-se-lijk hot – heftige sex met het lagere kantoorvolk – dus dat komt weer voortreffelijk uit. Zolang jij maar niet vergeet wie die mooie bolide van je betaald. En al je Armani pakken. En die belachelijk grote breedbeeld t.v. Want wie doet dat? Hmm?? Precies: Moi! En vergeet niet dat dat dezelfde persoon is die ervoor kan zorgen dat die slet van je gisteren nog op straat komt te staan…
(korte stilte)
Oh steward…? Doet u hier nog een Coebergh on the rocks graag.
En een paar extra servetjes voor meneer hier. Hij heeft het nodig, denk ik!

5 reacties op “Schrijfcursus, deel II”

  1. Phoeh!
    Ze moest eigenlijk nog een sigaret aansteken, en dan de steward afbekken omdat die opmerkt dat het een niet-roken vlucht is…
    ^_^

    (Ben jij stiekum zo bitchy?)

    1. Phoeh!
      Ze moest eigenlijk nog een sigaret aansteken, en dan de steward afbekken omdat die opmerkt dat het een niet-roken vlucht is…

      Nee, dat kan ik natuurlijk niet maken: dan zou de dialoog op slag zijn geloofwaardigheid verliezen! Je moet natuurlijk wel weten waar je met het overdrijven op moet houden ;-)

      (Ben jij stiekum zo bitchy?)

      Een klein beetje wel, zo lijkt het. Ergens diep in mij loopt blijkbaar een Alexis rond in een dramajurk met onmenselijk grote schoudervullingen, die eigenlijk niets liever zou doen dan al mijn overige persoonlijksheidsdelen bij elkaar drijven in een strandhuis en dat dan vervolgens in de fik zetten.
      Of ben ik nou in de war met iets heel anders? :-))

  2. Je innerlijke relnicht komt in je dialogen naar boven…!

    Mooie zin uit deze post:
    De voorste helft van de kerk zit vol met aanwezigen. ;)

Opmerkingen zijn niet meer mogelijk.