Huiswerk voor de komende schrijfcursusles

Voor de komende schrijfcursusles is de huiswerkopdracht als volgt:
Ga ergens rustig zitten. Kies een voorwerp uit wat je opvalt. Gebruik je zintuigen.
Beschrijf zo helder mogelijk wat je ziet. Klinisch. Puur. Zonder gevoel te gebruiken. Anderen moeten het voorwerp voor zich kunnen zien.
Beschrijf het voorwerp daarna nog eens, maar dan met al je gevoel. Welke associaties roept het bij je op?

Beide teksten dienen 1 alinea lang te zijn. Vanzelfsprekend ben ik met die lengte creatief omgesprongen ;-)
Het door mij gekozen voorwerp is een wierrookstaafje. Daarvan heb ik twee beschrijvingen gemaakt;


Feitelijke beschrijving

Het wierrookstaafje is 20 centimer lang, en is gemaakt van bamboehout. De onderste 4 centimer is lichtbeige (de kleur van bamboe), en staat in een wierrookhouder. Bij de rest van het staafje is de bamboe gelijkmatig bedekt met een dun laagje geurstof van circa 2 milimeter dik. Deze laag is bruin-grijs van kleur. Van veraf gezien ziet deze laag er vrij glad uit, maar van dichtbij is duidelijk te zien dat de laag niet helemaal gelijkmatig aangebracht is, en dat er lichtere stukjes vezel ingeperst zitten.
Het bovenste uiteinde van het staafje is aangestoken met een lucifer. De vlam van deze verbranding is na een tiental seconden uitgeblazen. Het staafje gloeit nu gelijkmatig oranje-rood. De helderheid van het gloeiende deel wordt getemperd door een dun aslaagje, wat na verbranding van de geurstof achterblijft. Als het aslaagje te lang geworden is, valt het grootste deel van de as van het uiteinde van het staafje op de wierrookhouder waarin het staafje staat. Dit proces blijft zich herhalen tot het staafje opgebrand is.
Een milimetersdun, grijs straaltje rook stijgt op van het gloeiende uiteinde. De door het staafje verspreidde geur heet “Gouden Herfstblaadjes”. De geur is vrij zwaar, en blijft na volledige verbranding van het staafje nog lange tijd in de ruimte waarneembaar.

Gevoelsmatige beschrijving

Ik steek een wierrookstaafje aan, met de kruidige, prikkelende geur van herfstblaadjes. Geboeid kijk ik naar het ragfijne straaltje rook wat opstijgt van het zacht gloeiende uiteinde van het staafje. Met mijn ogen volg ik langzaam het rookpluimpje op zijn weg naar boven, en zie hoe het daar in een soort omgekeerd draaikolkje uiteen waaiert. Even vergeet ik al het andere om mij heen en heb uitsluitend oog voor dit sierlijke tafereeltje.
Voorzichtig hou ik mijn vlakke hand boven het straaltje rook. Door de verstoring kringelt de rook even onrustig alle kanten op. Alsof hij ergens van geschrokken is. Maar al snel wordt het straaltje rook weer rustiger en gracieus – net als voorheen.
De rook kringelt nu vlak langs mijn hand omhoog, en lijkt aan mijn hand te ruiken, te snuffelen. Als een huisdier wat je nog niet goed kent, en eerst vertrouwd wil raken met je geur.
Langzaam draai ik mijn hand rond in de rook, die er nu heel ontspannen langs opstijgt. Het is een prachtig gezicht. Een tevreden glimlach vormt zich op mijn gezicht. Mijn verstand zegt me dat het niet mogelijk is, maar ik voel de rook langs mijn huid gaan. De rook is heel zacht, ongelofelijk zacht. Het voelt precies als de adem van iemand die heel zacht iets heel liefs in je oor fluistert. Als de adem van een engel.
Ik krijg spontaan kippevel. Een kinderlijk gevoel van blijdschap maakt huppelsprongetjes onder in mijn buik.
Geluk zit soms in hele kleine dingen.

De huiswerkopdracht kent nog een uitbreiding:
Bedenkt wat hiervoor of hierna zou gebeuren. Het hoeft niet met het voorwerp te maken hebben, maar mag bijvoorbeeld ook verder gaan op een associatie of gebeurtenis die het oproept.

Deze laatste opdracht heb ik nog niet uitgevoerd. Ik heb er wel ideeën over.
De opstijgende rook, en het vederlichte gevoel van de rook (zie de gevoelsmatige beschrijving), roepen bij mij sterk beelden op van zweven en vliegen (wat je in mijn beleving zou kunnen doen, wanneer je net zo licht was als de rook).
Hoe ik het precies in ga steken, weet ik nog niet. Ik kan wel de beelden beschrijven die bij me opkomen, maar ik weet niet of dit goed zal gaan overkomen. Het moet geen dolle fantasie-trip worden die alleen voor mij te volgen is, en waarbij de lezer zich afvraagt wat ik gesnoven had toen… Bovendien proef ik in de opdracht dat de tekst een gebeurtenis moet beschrijven, en geen gevoel (maar het zou niet voor het eerst zijn dat ik eigenwijs van de opdracht afwijk ;-)
Ik puzzel er nog wel even over.