Drie dagen winters vertellen

Eergisteren was de laatste van 3 dagen achter elkaar verhalen vertellen tijdens Winter Station in Het Spoorwegmuseum. Toen ik gisterochtend bij het museum aankwam, werd al meteen duidelijk dat het die dag een heel stuk drukker zou worden dan tijdens de 2 dagen ervoor: de rij van wachtende auto’s stond tot op de Maliebaan, en de parkeerplaats bij het museum was ’s ochtends om half 11 al helemaal vol. Ook binnen liepen er al veel meer mensen rond dan tijdens de 2 eerdere dagen. Dat beloofde wat :-)

De mensen die tijdens de ochtend en het eerst deel van de middag in het museum aankomen, willen meestal eerst het museum zelf bezoeken. Vooral de erg populaire schaatsbaan trekt veel mensen – en dan vooral: kinderen – aan, en die willen die dan ook als eerste ‘doen’. Een gevolg daarvan was dat het bij ‘mijn deel’ van het museum (het Maliebaanstation), minder makkelijk was om mensen enthousiast te krijgen om naar een verhaal te komen luisteren. Tegen een museum met een schaatsbaan, 3 Werelden, poffertjes, en nog veel meer, is het best moeilijk concurreren als je ‘alleen maar’ verhalen verteld :-) Ook al doe je dat dan in de prachtige ambiance van de Koninklijke Wachtkamer…!
Ik heb dat opgevangen door de mensen die voorbij kwamen, vriendelijk welkom te heten in het museum, en te zwaaien naar de voorbij komende mensen (met name kinderen – want die vinden dat erg leuk). Dat werd vaak wel gewaardeerd, en de meeste mensen beloofden dan dat ze na een bezoek aan het hoofdgebouw ook nog naar een verhaal zouden komen luisteren (en dat deden de meeste uiteindelijk ook wel ;-).
Waar nodig, wees ik mensen ook de weg in het museum, of beantwoordde ik vragen over het museum, tentoonstellingen en/of treinen. Dan merk je dat het helpt als je zelf ook vaker als bezoeker in het museum komt ^_^

Uiteindelijk heb ik weer heel wat keren mijn verhalen verteld. Eén keer zelfs had ik een volledig ‘volle bak’ (= ca. 30 man publiek)! Je zag ook bijna iedere keer weer dat een lege zaal voor mensen een behoorlijke drempel vormt om binnen te komen. Maar záten er eenmaal mensen binnen, dan zag je al heel snel een sneeuwbaleffect, en had ik soms binnen 1 minuut de zaal toch weer behoorlijk vol zitten.
Mijn regel tijdens alle 3 de dagen was: als er meer dan 4-5 mensen binnen zitten, en ze hebben langer dan 5 minuten zitten wachten, ga ik gewoon vertellen. Mijn verhaal duurde ongeveer 10-15 minuten, dus als ik dan nog langer wacht, had ik mijn verhaal al bijna helemaal kunnen vertellen. Ik vond het ook helemaal niet erg om voor 5 mensen een verhaal te vertellen: als die paar mensen mijn verhaal boeiend & leuk vonden, dan was ik al helemaal tevreden! De meeste mensen vonden zo’n ‘privé sessie’ ook best wel bijzonder :-)

Gisteren heb ik afwisselend het Kerstfeest in het Grote Dierenbos-verhaal en mijn zelfbedachte Het Kleine Koffertje-verhaal verteld. En dan met name dat laatste verhaal, o.a. omdat het óók leuk is voor oude(re) kinderen en volwassenen. Omdat ik beide verhalen al 2 dagen lang verteld had, kon ik nóg meer energie steken in de fijne/kleine vertel-details ervan, en dat werd erg gewaardeerd merkte ik wel. Het blijft fijn als mensen – zowel kinderen als volwassenen – bij het naar buiten gaan je oprecht bedanken voor het mooie verhaal. Gisteren kreeg ik na afloop van één vertelsessie in totaal zelfs bijna 5 Euro fooi (van 5 verschillende bezoekers) in de handen gedrukt. Nou was dat voor mij niet nodig, maar ik heb het netjes geaccepteerd. Vooral de kinderen die die fooi gaven, vonden het een hele eer om dat te mogen doen, en waren erg blij met mijn verhaal. Dat voelde wel erg fijn!
Het mooiste moment van de dag was een meisje wat na afloop nog een keer kwam vragen hoe Het Kleine Koffertje er nou precies uitzag, want ze wilde het heel graag gaan zoeken in het museum [zie het verhaal hieronder – dan begrijp je waarom ze dat deed ^_^ ]. Ik antwoordde dat de buurman, van de slager, van de oma, van de bakker me dat niet precies had kunnen vertellen, maar dat het koffertje er in ieder geval heel erg lief uitzag. Dat zou vast wel helpen, bij het zoeken! :-))

Al met al waren het 3 erg leuke dagen, maar ook behoorlijk vermoeiende & soms ook erg koude dagen. Ik vind het voor een jaar dan ook wel weer mooi zo :-) Maar wie weet: volgend jaar weer?!

Oh ja: voor de liefhebbers is hier de verteltekst van Het Kleine Koffertje. Mijn stemmetjes & mimiek moet je er in gedachten dan maar zelf even bij visualiseren ;-)

Het Kleine Koffertje

Ik heb een verhaal gehoord van de buurman, van de slager, van de oma, van de bakker van de Koninklijke familie. Dus het komt uit heel betrouwbare bron, dat begrijpt u wel. Het zou dus zomaar allemaal waar kunnen zijn. Het is in ieder geval een té mooi verhaal om niet aan u te vertellen.

Het verhaal speelt in een land hier heel ver vandaan. Dat land, dat werd geregeerd door een Koningin. Net zoals Nederland dus eigenlijk.
De Koningin van dat land hield heel erg veel van reizen. En omdat ze zoveel reisde, had ze ook heel veel koffers. Een soort koffer-familie, als het ware.

Aan het hoofd van die kofferfamilie stond een hele grote houten hutkoffer met een héééle grote klep. Dat was Oom Koffèr. En Oom Koffèr werd gebruikt om alle grote spullen van de Koningin in te vervoeren. Zoals bijvoorbeeld de koninklijke mantel, want die is heel erg groot en lang. Oom Koffèr deed ’t liefst de hele dag niets anders dan opscheppen over waar hij allemaal wel niet was geweest, en over hoe belangrijk hij wel niet was. Dan zei hij… “Ja, ik ben écht overal geweest. In de tropen, in Australië, in Egypte, in Frankrijk… Ik ben zó bereisd en zó belangrijk, het is gewoon niet leuk meer!“.

Alle hele kostbare en persoonlijke dingen van de Koningin, zoals haar kroon en haar koninklijke zakdoekjes, die werden vervoerd in een hele luxe leren koffer. Met een chique woord heet zo’n koffer een “valies”. Dat was Tante Valieze, en zij was helemaal versierd met diamanten en andere dure edelstenen. Het personeel ging dan ook altijd heel voorzichtig met haar om. Maar ook al werd Tante Valieze nog zo goed behandeld, toch was ze de hele dag alleen maar aan het klagen en mopperen: “Nou, ik sta hier toch alweer minsten 2 minuten op mijn thee te wachten. Wat een schande! En waarom staat er hier een gewone koffer naast me? Dat is me nog nooit overkomen!“.

En in een hoekje, daar stond ook nog een heel lief Klein Koffertje. Dat had de Koningin, toen ze nog een héél klein prinsesje was, voor haar verjaardag cadeau gekregen van haar allerliefste grootmoeder. Alleen, dat koffertje werd nooit écht door haar gebruikt of meegenomen op reis.
Dat zat zo…. Telkens als de Koningin in de buurt van het koffertje kwam, en het koffertje hoorde haar praten, dan kreeg het Koffertje ineens een héél gek gevoel in z’n kofferbuik. En dat werd dan steeds erger en steeds groter. En dan ging het Koffertje van mmb, mmb…. En dan hield het Kleine Koffertje maar snel z’n kofferklep stijf dicht. Want wie weet wat er anders allemaal wel niet uit zou komen? Dat zou vast niet veel goeds zijn.
De Koningin die vond dat wel jammer, want het was zo’n mooi cadeau, en nog wel van haar allerliefste oma. Maar ja, een koffer die je niet open kan doen, daar heb je niet zoveel aan. En dus stond het Koffertje meestal maar ergens in een hoekje. Helemaal alleen.
Het Kleine Koffertje was daar vaak best verdrietig over. Want het wilde zo graag óók eens mee op reis. Om het nog erger te maken, pestten Oom Koffèr en Tante Valieze het Koffertje hier ook nog eens heel vaak mee, want zíj mochten immers wél altijd mee op reis. Het Koffertje voelde zich dus best vaak verdrietig…

Ons verhaal nu, begint een paar dagen voor Kerstmis. De Koningin ging weer eens op reis: een staatsbezoek naar het buitenland. Of zoals ze het zelf zou zeggen: “Een reis ter versteviging en verbetering van de wederzijdse relaties en betrekkingen“.
Ze had een heleboel spulletjes die meegenomen moesten worden, dus Oom Koffèr en Tante Valieze die werden weer ingeschakeld. Het Kleine Koffertje ging natuurlijk weer niet mee, en bleef alleen achter in de koninklijke salon. Maar voor deze ene keer vond Het Koffertje dat niet zo heel erg. Want het was al dagenlang heel slecht weer. Met sneeuw, en kou, en veel wind. Dus het Koffertje vond het niet zo erg om een paar dagen in de salon, bij het lekker warme haardvuur te staan. En een paar dagen zonder het gepest & gezeur van Oom Koffèr en Tante Valieze – nou, dat leek het Koffertje wel wat!

De reis naar het buitenland ging met de Koninklijk trein, en verliep nog wel goed. In het buitenland deed de Koningin wat een koningin doet als ze op staatsbezoek is: ze schud heel veel handjes, knipt netjes lintjes door, en houdt heel veel lange en saaie toespraken. Zo hoort dat nou eenmaal als je koningin bent.
Op de dag voor Kerst reisde de Koningin weer terug met de Koninklijke trein. Want ze wilde heel graag met Kerstmis weer thuis zijn. Ergens halverwege ging het echter helemaal mis: het sneeuwde ondertussen zó hard, dat de Koninklijke trein muurvast liep. Hij kon niet meer voor- en niet meer achteruit!

Gelukkig hadden ze de Gouden Koets ook meegenomen op de trein. Kennen jullie die eigenlijk: de Gouden Koets…? Nou, voor wie hem niet kent: dat is een hele mooie koets, met goud versierd, en met allemaal mooie krullen en zo. Alleen… de Gouden Koets is ook heel erg klein. Zo klein, dat alleen de Koningin en de Koning erin pasten – daarna was hij al vol.
Oh ja, wacht… De Koning… daar had ik het nog niet over gehad. Ja, het zit zo: de Koningin die was natuurlijk de baas over het land, dus de Koning die had niets te vertellen. Hij hobbelde daarom de hele dag maar wat achter de Koningin aan, en liep wijntjes te drinken. Dat was het wel zo’n beetje…
Maar goed, de Koningin en Koning, die pasten dus nog wel in de koets. Voor Oom Koffèr en Tante Valieze was er geen plaats meer. Die werden dan ook zó, hups, bovenop de Gouden Koets gegooid. Ze werden vastgesnoerd, en daar lagen ze dan! In de sneeuw, in de kou, en in de wind. Nou, het was maar goed dat het zo hard waaide, want het geklaag van Oom Koffèr en Tante Valieze – daar was weinig ‘koninklijks’ aan! “Het is een schande! Ik heb de ijspegels aan m’n klep hangen!“, riep Oom Koffèr. “Ohhh, al die sneeuw en regen: ik voel de kringen nou al in m’n leer trekken!“, klaagde Tante Valieze.

Ondertussen lag het Kleine Koffertje lekker in de salon bij de open haard te dutten. Die wist hier allemaal niks van.
’s Avonds laat kwam het hele gezelschap op het paleis aan, en kwamen ze de salon binnen. De Koningin en Koning waren na doodmoe na de hele dag reizen. Hun kleding, die was kleddernat en één en al kreuk. Want de Gouden Koets bleek niet alleen heel erg klein te zijn, hij bleek ook enorm te tochten, en zo lek te zijn als een mandje. De Koning en Koningin zagen er dan ook niet meer uit.
En alle extra kleding die ze hadden, die had dus in Oom Koffèr en Tante Valieze gezeten. En die waren nog véél natter en veel viezer geworden, daar bovenop die koets. Alle kleding die daarin had gezeten, was al helemaal niet meer bruikbaar.

De Koningin was radeloos: “Wij zijn ontredderd! Wij voelen ons een verzopen kat! Zo kunnen wij ons toch niet vertonen!“. Want op Kerstavond, dan hield de Koningin altijd een Kersttoespraak. Dat ging al honderden jaren zo, en de mensen stonden daar al uren buiten op te wachten. In de sneeuw en in de kou. De Koningin kon nu moeilijk tegen ze zeggen: “Sorry jongens, geen zin vandaag: ga maar naar huis“. Dat kan een Koningin natuurlijk niet doen: Als de koninklijke plicht roept, dan moet je gaan!
Wat gaan wij nu dragen? Wij eisen nieuwe kledij!“, riep de Koningin door de salon.

Het Kleine Koffertje, dat had al die tijd in een hoekje van de salon gestaan. Het hoorde hoe de Koningin nieuwe kleding wenste.
En ineens was het daar weer: dat gekke gevoel in z’n kofferbuik. En het werd erger en groter, en oh… Maar voordat het Koffertje z’n kofferklep dicht kon trekken, sprong die al open. En ineens vloog er uit z’n kofferbuik een… koninklijke mantel naar buiten! En een prachtige kroon! En een mooi pak, met een strikje. Voor de Koning.
De hele salon draaide zich vol verbazing om naar het Koffertje. En het Kleine Koffertje, dat wist óók niet wat hem overkwam: “Wat gebeurt hier? Wat is dít?

Ineens begreep de Koningin waarom ze ooit van haar grootmoeder dit Kleine Koffertje cadeau had gekregen: het was een magisch koffertje! Blijkbaar hoefde ze bij het Koffertje maar een wens uit te spreken, en als het dan iets was wat uit een koffertje tevoorschijn kon komen, dan kreeg ze het!
Het Kleine Koffertje snapte nou ook eindelijk waar dat dat gekke gevoel in z’n buik vandaan kwam wanneer hij de Koningin hoorde praten. Dat was helemaal niet iets geks of vreemds: dat was gewoon een wens die uit wilde komen!

De Koningin en Koning trokken snel alle kleren aan die uit het Koffertje tevoorschijn waren gekomen. Die bleek echt als gegoten te passen. En het waren ook nog eens de mooiste kleren die ze ooit gehad hadden.
“Wij zijn zéér content!”, sprak de Koningin. “Zo kunnen wij het volk wél toespreken.
Lekker warmgehouden door de prachtige Koninklijke mantel die ze nu aanhad, schrééd de Koningin naar buiten. Want een koningin die loopt niet: die schrijdt.

In haar toespraak bedankte de Koningin als eerste alle mensen van het land. Want die hadden al zolang in de sneeuw en in de kou staan wachten – dat vond ze wel heel erg lief van ze. Daarna ging de Koningin nog een uur door over allemaal heel erg saaie dingen – dat stuk sla ik daarom maar even over. Als allerlaatste sprak de Koningin haar Kerstwens uit: ze wenste iedereen hele fijne Kerstdagen en ook een goede jaarwisseling toe.
Normaal gesproken zou ze daarna snel naar binnen zijn gegaan, deuren dicht, gordijnen sluiten, en dan lekker met de sloffen aan voor de open haard. Maar ze zag al die mensen daar rillend in de kou staan, en dacht: dat kan ik toch niet maken. Dus ze dacht “Wij doen eens gek“, en nodigde iedereen uit om op het paleis aan te schuiven aan het koninklijke buffet wat daar klaar stond. Want het was gelukkig een klein land, met een groot paleis, en een nog veel groter buffet.
Het werd een geweldige avond, vol met heel veel lekker eten & drinken. Er was champagne en limonade, allerlei soorten vlees, en wel honderd soorten ijs met slagroom (en een kersje natuurlijk). Iedereen was het erover eens: dit was het beste Kerstfeest dat ze ooit hadden gehad!

Het Kleine Koffertje, dat was ook heel erg blij. Want sinds die dag was het Kleine Koffertje de enige koffer die de Koningin nog meenam op koninklijke reizen. Want als je een magisch koffertje hebt waaruit je alles wat je wenst tevoorschijn kan toveren, dan heb je verder niks meer nodig!
En Oom Koffèr en Tante Valieze? Die zagen er na die reis niet meer uit. En het personeel was hun gezeur sowieso al meer dan zat. Dus die werden ergens achterin een donkere hoek op één van de vele koninklijke zolders gezet. Daar heeft nóóit meer iemand iets van gehoord!

Wat er uiteindelijk met het Kleine Koffertje gebeurd is, dát kon de buurman, van de slager, van de oma, van de bakker van de Koninklijke Familie mij helaas niet vertellen…. Dat vond ik wel jammer. Want, ik weet niet hoe het voor u is, maar een koffer dat al je wensen uit kan laten komen: nou, mij lijkt me dat wel wat!
Nu heb ik gehoord… Maar of het helemaal waar is weet ik natuurlijk niet… Maar er gaan geruchten, dat het Kleine Koffertje misschien wel ergens hier in het museum staat. Dus als je in het museum een koffertje ziet staan, en je denkt “Dat zou hem wel eens kunnen zijn“: spreek er dan eens een wens bij uit. Mocht er dan wat uit komen floepen, roep mij dan even. Want ik heb nog wel een paar wensen die ik graag in vervulling wil zien gaan!

4 reacties op “Drie dagen winters vertellen”

  1. wat een heerlijk verhaal, kan me voorstellen dat iedereen daar ademloos naar zit te luisteren. voor kinderen is het prachtig en de volwassenen halen de geintjes er uit en vinden het vast ook geweldig! man wat gaaf. inderdaad wat gert zegt, mooie tekeningen erbij, boekje en klaar!

  2. Het verhaal van het koffertje is super leuk: je zou het zo kunnen publiceren als kinderboek, leuke tekeningen erbij, niks meer aan doen.

Opmerkingen zijn niet meer mogelijk.